Recht op informatie voor de consument

De informatieplicht aan de consument is vervat in de Wet van 14 juli 1991 betreffende de Handelspraktijken (WHP) en de voorlichting en bescherming van de Belgische consument. We laten de keuze voor een product afhangen van prijs, kwaliteit, benaming, samenstelling, ... Bij deze eerder klassieke criteria komen er steeds meer nieuwe bij: het respect voor het leefmilieu, de sociale omstandigheden waarin het goed werd geproduceerd, de gevolgen voor de gezondheid, enz. Die “uitgedrukte behoefte aan voorlichting” is dus met de jaren geëvolueerd. De WHP geeft een ruime definitie van het begrip reclame. Zo vallen ook labels, etiketten en elke mededeling die verkoopsbevorderend is onder de omschrijving van reclame. Het is van belang te weten dat het de adverteerder is die moet bewijzen dat de gegevens - bijv. de oorsprong van een product - in de reclame juist zijn.

 

Sociaal label

Op 27 februari 2002 werd de Wet ter bevordering van sociaal verantwoorde productie goedgekeurd. Deze wet creëert een label voor producten (goederen, diensten, stoffen, preparaten, verpakkingen) dat bedrijven kunnen aanvragen. Het doel is om producten die het label mogen dragen, te promoten omdat ze de wettelijke garantie krijgen dat ze aan bepaalde sociale normen en criteria voldoen.
Bedrijven kunnen een aanvraag richten tot de Minister van Economische Zaken, die voor zijn beslissing rekening houdt met het bindend advies van het adviescomité.

Programmawet 8/04/03 betreffende overheidsopdrachten

De Programmawet van 08/04/03 (BS 17/04/03) bracht enkele belangrijke wijzigingen aan in de Wet van 24/12/1993 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten.

In verschillende fasen van een overheidsopdracht kunnen sociale of milieucriteria opgenomen worden.

  • Gunningscriteria
    Bij een aanbesteding telt enkel de prijs. Sociale en milieucriteria kunnen enkel bij een offerteaanvraag of onderhandelingsprocedure overwogen worden.
    Het doel van gunningscriteria is de economisch voordeligste offerte te bepalen. Daarnaast geldt dat de gunningscriteria betrekking hebben op de opdracht, in tegenstelling tot de kwalitatieve criteria die betrekking hebben op de onderneming. En ook bij gunningscriteria geldt het principe van niet-discriminatie. M.a.w; de markt mag niet beperkt worden.
    In de Belgische wetgeving laat art. 16 wet 24.12.1993 sociale en milieu-overwegingen toe. De nieuwe Europese richtlijn (Art.52, 1ste Richtlijn 2004/18) neemt enkel milieukenmerken op. De Belgische wetgever is op dit punt voortvarend geweest want sociale criteria zullen moeilijk zoniet onmogelijk zijn. Immers, het doel is de economisch voordeligste offerte te bepalen en zelden houden sociale criteria een economisch voordeel in. In specifieke gevallen echter zijn sociale criteria mogelijk. Bijvoorbeeld, het betrekken van bepaalde actoren bij een studie naar hun leefomstandigheden.
    Zowel de Belgische wet als de Europese richtlijn voorzien allebei milieukenmerken. Als voorwaarde geldt dat die kenmerken economisch voordeel opleveren en verband houden met de opdracht. Een voorbeeld: de levering van kopieermachines met spaarstand. Het economisch voordeel hoeft bovendien niet altijd strikt bekeken te worden. Bijvoorbeeld, de aankoop van bussen met beperkte uitstoot van schadelijke gassen. Het is evenwel niet mogelijk om certificaten te vereisen (ISO 1401 i.v.m. milieumanagementssystemen) omdat ze betrekking hebben op de onderneming i.p.v. op de opdracht.
  • Uitvoeringsvoorwaarden
    Uitvoeringsvoorwaarden zijn contractclausules voor de uitvoering van de opdracht. Volgens de Belgische wet (art. 18 bus §1 wet 24.12.1993) kunnen sociale doelstellingen opgenomen worden: opleiding van werklozen, naleving van IAO-conventies.
    De Europese richtlijn bekrachtigt het opnemen van sociale en milieucriteria. Als voorwaarden gelden, dat er voldoende ondernemingen in aanmerking komen, niet-discriminatie en vermelding in de aankondiging of het bestek. Op deze manier worden sociale en milieucriteria essentiële voorwaarden van de opdracht. Er kunnen een aantal gevolgen uit voortvloeien: deze strikte voorwaarden kunnen een prijsverhoging met zich meebrengen; kleinere ondernemingen worden misschien uitgesloten; als bestuur heb je voldoende personeel nodig om de naleving te controleren en indien nodig strikt op te treden.
  • Technische voorschriften
    De technische specificaties hebben te maken met het voorwerp van de opdracht.
    De Belgische wet (art. 85 KB 8.1.1996) maakt sociale en milieuspecificaties mogelijk, weliswaar gekoppeld aan volgende voorwaarden: opdrachten beneden de Europese drempel, de criteria zijn onontbeerlijk t.o.v. het voorwerp van de opdracht, de vermelding “of hiermee overeenstemmend”
    In de Belgische regelgeving kan verwezen worden naar een keurmerk als ook de overeenstemmende eigenschappen van dat keurmerk aanvaard worden. De Europese richtlijn (art. 23 Richtlijn 2004/18) laat enkel de onderliggende criteria van een keurmerk opnemen in het bestek en eventuele vermelding welke keurmerken aan die vereisten beantwoorden. Dit laat andere indieners toe. En een voordeel is dat de onduidelijke criteria van sommige keurmerken omzeild wordt.

 

 

Terug naar vorige pagina