|
naaimaCHINA
Sinds de afschaffing van de textielquota's (1 januari 2005) is de kledinginvoer uit China in de Westerse markten pijlsnel gestegen. In de EU bedroeg de groei in 2005 ca. 50%. Voor bepaalde artikels was die zo hoog dat zowel de EU als de VS gebruik maakten van de vrijwaringmaatregelen die in het toetredingsakkoord met China tot de WTO voorzien zijn. Economisch perspectief Wat drijft de Westerse kledingondernemingen voor hun kledingaankopen zo onweerstaanbaar naar China? In nette economische terminologie zijn het de ongeëvenaarde prijs-kwaliteitverhouding, de onklopbare flexibiliteit door de schaalgrootte van de kledingindustrie, de geïntegreerde textiel- en kledingnijverheid, de degelijke service (die o.a. kan rekenen op de handelsexpertise in Hongkong) en de inzetbaarheid van de werknemers. Al die factoren blijken op te wegen tegen de hogere transportkosten. En is dan ook een ware China-hype ontstaan die de Europese kledingimporteurs vierklauwens naar China jaagt. Menselijke kant Dit Chinaverhaal heeft echter ook een andere, menselijke kant. De Chinese kledingindustrie zorgt dan wel voor miljoenen arbeidsplaatsen, voor wie wat verder kijkt dan z'n portemonnee is het duidelijk dat de Chinese prijs en kwaliteit gestoeld zijn op extreem mensonwaardige en uitbuitende arbeidsomstandigheden, ook vanuit Chinees perspectief. De kledingindustrie drijft er namelijk vooral op rechteloze en ongemeen goedkope binnenlandse migranten. Deels zijn die migranten illegaal, maar zelfs legaal hebben ze door het Chinese hukousysteem helemaal geen sociale rechten aan de Oostkust. Op een onafhankelijke vakbond die hun rechten verdedigt, kunnen deze migranten niet rekenen: de bestaande officiële vakbond volgt de partijlijn ('de socialistische markteconomie') en is trouwens quasi niet vertegenwoordigd in de privéindustrie. Met de rechten van deze mensen kunnen de privé investeerders (vooral uit Taiwan, Hongkong, Zuid-Korea) quasi achteloos omspringen. China’s nieuwe wet op de arbeidscontracten
Sociale audits in China door Fair Wear Foundation Fair Wear Foundation (FWF) is een onafhankelijke controlestichting voor de kledingindustrie. FWF heeft in 2005 voor de eerste maal de Chinese productiefabrieken van een aantal Nederlandse firma's, die lid zijn van FWF, met de hulp van lokale arbeidsngo's grondig doorgelicht. Er werden 13 audits uitgevoerd. Bij acht fabrieken werd er loon achtergehouden of moesten arbeiders een borg betalen bij aanwerving. Geen enkele fabriek betaalde een leefbaar loon uit en 12 van de 13 fabrieken betaalden geen minimumloon voor een normale werkweek uit. De helft had geen of een onvolledige urenregistratie en in alle fabrieken werden meer overuren gepresteerd dan het wettelijke maximum. In geen enkele van de 13 ateliers hadden de werknemers één vrije dag per week. Overwerk werd op één uitzondering na, niet betaald volgens de wet. In 6 fabrieken was er helemaal geen arbeidscontract. De mededeling dat vanaf 1 september de minimumlonen in de kledingindustrie aan de oostkust met 20 tot 30 procent verhoogd zijn, moet in dit perspectief gelezen worden. Overigens heeft China een zeer vooruitstrevende arbeidswet. Jammer dat die niet toegepast of afgedwongen wordt. Lees meer over Fair Wear Foundation
|