|
|
Controle snel gefikst?
Een tiental jaren geleden stelden grote kledingbedrijven en sportmerken de eerste sociale gedragscodes op als antwoord op beschuldigingen dat de fundamentele arbeidsrechten bij hun leveranciers zwaar geschonden werden. Een gedragscode op papier is natuurlijk niet voldoende. Van de multinationals werd dan ook geëist dat ze de naleving ervan zorgvuldig zouden controleren en de eigen controles onafhankelijk zouden laten controleren. De internationale Schone Kleren Campagne heeft begin november 2005 een uitvoerig rapport gepubliceerd over de sociale-auditpraktijken in de kleding- en sport-schoenenindustrie (Looking for a quick fix – How weak auditing is keeping workers in sweatshops). Het rapport werd mee opgesteld door partnerorganisaties in Bangladesh, China, Kenia, India, Indonesië, Marokko Pakistan en Roemenië die vertrouwd zijn met de arbeidssituatie. Er hebben meer dan 600 werknemers aan meegewerkt uit 40 fabrieken.
Lees het volledig onderzoeksrapport (Engels)
Checklistbenadering
Meestal wordt een checklist of ‘snap-shot’ methode gehanteerd. Eén of een paar inspecteurs brengen een kort bezoek aan een fabriek en vullen daarbij de items op hun checklist in. Enkele arbeiders worden op de fabriek zelf geïnterviewd. Soms worden de inspecties vooraf aangekondigd. De bedrijfsleiding heeft dan de tijd om een vals beeld te geven. Ook worden arbeiders door het management ‘gecoacht’ voor eventuele interviews. De inspecties zijn veel te kort, te oppervlakkig en te sterk gericht op meetbare gegevens om schendingen van complexe normen - zoals recht op organisatie en op collectief onderhandelen - op het spoor te komen. Afwezigheid van een vakbond bijv. kan te wijten zijn aan systematische discriminatie of onderdrukking. Een vakbond kan een gele ‘bedrijfsvakbond’ zijn. Een onderhandelingscomité is soms een door de bedrijfsleiding gemanipuleerd systeem van arbeidersvertegenwoordiging. Arbeiders zijn vaak te geïntimideerd om vrijuit te spreken tegen vreemde inspecteurs met een onduidelijke functie. In veel gevallen weten de arbeiders niet eens wat de normen van de gedragscode inhouden. Daarbij komt dat de auditsector zelf een gesloten circuit vormt, zodat discussie over methodes en resultaten onmogelijk is. Het rapport brengt aan het licht dat de auditpraktijken bij de merkenloze distributeurs over het algemeen van veel slechtere kwaliteit zijn dan die van de merkenbedrijven. Die laatste lopen uiteraard meer risico dat het imago van hun merk beschadigd wordt indien erge schendingen bekend geraken. Ze zijn daarvoor erg gevoelig en daarom hechten ze meer belang aan ernstige controle.
Distributeurs
Vooral de grote distributeurs (Wal-Mart, KarstadtQuelle, Carrefour,…) zijn er verantwoordelijk voor dat de kwaliteit van veel sociale auditing aan het verslechteren is en dat het commerciële sociale-auditsysteem zijn geloofwaardigheid aan het verliezen is. Dat bleek nog eens toen Spectrum Sweater in Bangladesh instortte met als gevolg een 70-tal dodelijke slachtoffers. Spectrum bleek een sweatshop van het slechtste soort, waar zowat alle normen van Carrefour en KarstadtQuelle - die er aankochten - geschonden werden. Toch hadden beide distributeurs een sociale audit uitgevoerd of laten uitvoeren en beweren ze dat ze ethisch laten produceren. Overigens zijn zij dikwijls de voortrekkers van minimale gezamenlijke auditing initiatieven vanuit de industrie zelf. Karstadt bijv. ligt aan de basis van het Europese BSCI (Business Social Compliance Initiative) dat beoogt de resultaten van (onbetrouwbaar gebleken) commerciële audits onder de distributeurs wederzijds te laten erkennen.
Wat werknemers zeggen
De bedoeling van een audit is om een goed beeld te krijgen van de arbeidsomstandigheden. Onaangekondigde inspecties kunnen voorkomen dat de directie ervoor zorgt dat de fabriek op voorhand schoongemaakt wordt of dat er andere vervalsingen gebeuren. Dit is, bijvoorbeeld, het geval in Roemenië in de bedrijven die voor H&M produceren. De H&M auditeur en een tolk, kunnen op elk moment onaangekondigd en zonder begeleiding de fabriek bezoeken. In de meeste gevallen echter is dit een uitzondering. Werknemers uit Bangladesh getuigen: “Iedere maand zijn er 2 of 3 bezoeken door klanten in de fabriek en de bezoekers praten vooral met het management. Werknemers worden op voorhand verwittigd en soms praten bezoekers met 10 à 15 werknemers die op voorhand door de directie geselecteerd werden” Deze werknemers kregen instructies wat ze tegen de inspecteurs moeten zeggen en als er werknemers zijn die niet volgens die instructies kunnen spreken, worden ze gevraagd om niet te komen tijdens het bezoek van de inspecteurs.” Een Roemeense manager zegt: “Gewoonlijk gewaarschuwd C&A ons over een bezoek in de toekomst en ze brengen geen eigen tolk mee. De auditeur is vaak vergezeld door iemand van het bedrijfsmanagement.” Ook in Zuid-China wordt voorbereidend werk gedaan: “De werkplaats wordt schoongemaakt; de EHBO-kist die normaal gezien op slot is, wordt open gedaan tijdens de audit. De opzichters geven opdrachten aan de werknemers hoe ze de vragen van auditeurs moeten beantwoorden als ze eruit gepikt worden voor een interview.”
Daarnaast is vervalsing een veel voorkomend probleem. Er is een dubbele boekhouding, vooral van de loonadministratie en de werktijden. Ook werknemers worden verplicht om mee te werken aan de vervalsing. In China, bijvoorbeeld: “De fabriek heeft 2 loonadministraties. De valse toont het aantal werkuren dat nooit hoger is dan 102 per maand. De werknemers moeten hun naam op de 2 loonregistraties zetten.” En in veel situaties willen auditeurs ook de ware toedracht niet achterhalen. Dat zegt een Chinese manager: “Ik vertel de auditeurs dat ik de waarheid niet kan vertellen i.v.m. sommige vragen. Ze lachen en gaan verder met iets anders.” Sommige auditeurs gaan nog een stap verder en suggereren managers hoe ze de arbeidswetgeving m.b.t. overwerk kunnen omzeilen.
Er worden soms weinig kosten en moeite gespaard. Sommige bedrijven houden er een modelfabriek op na waar auditeurs ontvangen worden terwijl het grootste deel van de productie elders uitbesteed wordt. Auditeurs worden ook omgekocht, al lijkt dit in beperkte mate te gebeuren en vooral in China. De korte, niet grondig voorbereide bezoeken van de auditeurs, de interviews van niet meer dan een kwartier met werknemers, brengen veel problemen niet aan het licht. Het is meer risico-management dan een zoektocht naar pijnpunten voor verbetering. "De inspecteurs zijn altijd gehaast. Sommige gebruiken alleen hun ogen en praten nooit met werknemers. Ze moeten met ons praten als ze willen weten wat onze problemen zijn,” zegt een werknemer uit een Keniaanse fabriek die voor Wal-Mart produceert. Het is niet verwonderlijk dus dat de verbeteringen relatief oppervlakkig zijn, zoals brandblussers en toiletten, inhoud van medicijnkisten of drinkwater.
BSCI (Business Social Compliance Initiative)
BSCI is een initiatief dat eind november 2004 gelanceerd is door de Europese distributiesector. Het BSCI is een initiatief van de Europese lobbyvereniging van de Europese distributeurs, de Foreign Trade Association, een werkgeversfederatie die in Brussel gevestigd is. Die behartigt de belangen van de distributeurs bij de Europese instellingen. Het is de bedoeling om door de controle van sociale normen bij de leveranciers overal ter wereld de sociale omstandigheden bij de fabrikanten van consumptiegoederen te verbeteren.
Algemene kenmerken van BSCI
- Het initiatief ging uit van de ondernemingen (distributeurs) zelf
- Men wil werken met eenzelfde gemeenschappelijke sociale gedragscode (geheel van sociale minimumnormen)
- Men wil dezelfde normen inzake managementsystemen en procedures voor interne controle bij de distributeurs hanteren;
- Men wil fabrieksinspecties onderling laten erkenne
- Men gebruikt een gemeenschappelijke database (leveranciers, normen, richtlijnen)
- Van het initiatief kunnen niet alleen distributeurs, maar ook importeurs en fabrikanten lid worden
Algemeen positief mbt BSCI
- De gehanteerde gedragscode is gebaseerd op wereldwijd erkende basisarbeidsnormen (IAO-Conventies, UNO);
- Het is een sectorbreed initiatief. De SKC zegt allang dat de inspanningen van individuele on-dernemingen onvoldoende zijn en dat de problemen sectorieel aangepakt moeten worden;
- Hoewel men zich tot nu vooral richt op kleding, schoenen, speelgoed, kunnen alle consumptie-goederen onder het controlesysteem vallen;
- Door samenwerking kunnen bedrijven die voorlopers zijn (bijv. Migros) de achterblijvers mee-trekken;
- Door de uitwisseling en onderlinge erkenning van sociale rapporten kunnen overtollige of dub-bele inspecties vermeden worden; zo zou het uitgespaarde geld besteed kunnen worden aan verbeteringen/arbeidsomstandigheden.
Algemene kritiek op BSCI
- Het BSCI-programma is misschien een stap voorwaarts wat de coördinatie van de interne con-trole van de arbeidsnormen bij leveranciers betreft, maar het is geen programma voor externe onafhankelijke controle. Het gaat om de stroomlijning van de eigen controleprogramma’s van de bedrijven. Maar BSCI doet het onterecht voorkomen alsof het om externe onafhankelijke controle gaat. Nochtans staat of valt de geloofwaardigheid van de beweringen van bedrijven in-zake hun sociale prestaties met het feit of die wel degelijk onafhankelijk zijn gecontroleerd (geverifieerd). Het gaat hier om externe bedrijven die de controle doen, maar ze hebben een directe commerciële relatie met het bedrijf dat de opdracht geeft en daarom verre van onaf-hankelijk.
- Het feit dat het BSCI in zijn publicaties en op zijn website suggereert dat het om externe onafhankelijke verificatie gaat, zaait verwarring en is onjuist.
Kritiek op de concrete onderdelen van het BSCI-programma
- Werken met ‘BSCI minimumvereisten’ en zgn. ‘beste praktijken’ is dubbelzinnig. Vermoedelijk zullen de minimumvereisten de algemene norm worden.
- Er is een groot gebrek aan openheid en transparantie: het BSCI publiceert niet over de fabrie-ken, hun vestigingen, hun sociaal rapport, verbeterplannen, over wat in de Adviesraad gebeurt. Er is geen jaarlijks rapport, geen overzicht van fabrieksinspecties. Het publiek kan dus geen enkel oordeel vellen over de sociale toestanden bij de leveranciers van een concrete distribu-tieonderneming, noch kan het vergelijkingen maken.
- Uit ervaring weten we dat fabrieksinspecties uitgevoerd door gespecialiseerde firma’s zwaar tekortschieten
- Een klachtenmechanisme moet zorgvuldig worden opgebouwd. Het moet zeer toegankelijk zijn voor de arbeid(st)ers en ze moeten een klacht kunnen indien zonder vrees voor wraakneming door de werkgever. De voorziene rondetafelconferenties waarop vertegenwoordigers 1 of 2-maal per jaar hun klachten kunnen uiten, is in dit opzicht onvoldoende.
De herziene gedragscode voor de leveringsketens nam “bijkomende IAO Conventies op om nauwkeuriger sommige eisen te formuleren”. De herziene code was het resultaat van een dialoog tussen het BSCI en Social Accountability International (SAI), dat leidde tot een partnerschap tussen de twee initiatieven, waarin het BSCI de SAI certificering van de fabrieken van de leveranciers van zijn leden zou promoten als een langetermijnobjectief. Als onderdeel van dat overleg ging het BSCI ermee akkoord om zijn gedragscode te verbeteren zodat die overeenstemt met de SA8000 Standard, die gebaseerd is op IAO-Conventies en VN-Verklaringen.
Echter, volgens Neil Kearney van de ITGLWF, die ontslag nam uit de Adviesraad van SAI omwille van het nieuwe partnerschap met het BSCI, zijn sommige bepalingen van de herziene BSCI code nog altijd niet precies en voor interpretatie vatbaar, vooral op het punt of de arbeid(st)ers recht hebben op lonen die tegemoetkomen aan hun basisbehoeften.
WRAP (Worldwide Responsible Apparel Production Certification Program)
WRAP is opgericht door de American Apparel and Footwear Association. M.a.w. door een werkgeversfederatie. WRAP wordt gesteund door Amerikaanse kledingbedrijven zoals Sara Lee, Kellwood en VF Corporation die op de kledingdistributiemarkt actief zijn.Het is een alternatief voor Fair Labor Association (FLA), waar bekende merken zoals Nike en Reebok deel van uitmaken.
WRAP kan op goedkeuring rekenen van verenigingen van vrijhandelzones in 13 landen, van een business lobbygroep in de Caraïbische regio, van regeringsvertegenwoordigers van El Salvador, Nicaragua en Dominikaanse Republiek
Bij de meeste arbeidsorganisaties komt WRAP weinig geloofwaardig over.
WRAP: bezwaren mbt principes, structuur en controle
Principes
Algemeen bezwaar is dat er geen verwijzing is naar IA0 conventies en men vage bewoordingen gebruikt die verschillende interpretaties mogelijk maken.
Specifieke bezwaren mbt WRAP principes:
- recht op organisatie: niet conform IAO-jurisprudentie
- kinderarbeid: onder 14 jaar volgens WRAP, onder 15 jaar volgens IA0 met uitzondering van een aantal landen
- lonen: WRAP voorziet lokaal minimumloon ipv leefbaar leen
- Discriminatie: geen specificties ivm gender, geaardheid, handicap, herkomst, leeftijd of gezinssituatie
- Werkuren: enkel ‘1 dag vrij op 7’ wordt vermeld en niet de IAO norm van maximum 48 uren werkweek en maximum 12 overuren bij onvoorziene omstandigheden. (Gedwongen) Overwerk komt veelvuldig voor in de kledingindustrie en bijgevolg is het een belangrijke norm.
Structuur
Op alle niveaus ontbreekt vertegenwoordiging van werknemers of relevante ngo’s. Daardoor is het systeem niet geloofwaardig. In het bestuur zitten bedrijfsvertegenwoordigers en individuen; geen vertegenwoordigers van vakbonden of ngo’s.
Het WRAP systeem legt de volledige verantwoordelijkheid bij de leveranciers. Het systeem houdt geen rekening met de ongelijke machtsverhoudingen die oorzaak zijn van de meeste problemen in de fabrieken. Dit betekent dat er niet gekeken wordt naar het aankoopbeleid van de merken en distributeurs. Dit aankoopbeleid (prijszetting en leveringstermijnen) veroorzaakt lage lonen en lange werkuren.
Controle
Er is geen transparantie mbt WRAP controlemethodes. Bv wordenwerknemers geïnterviewd? En hoe?
Voor zover bekend, is de controle niet onafhankelijk. De fabriek die gecontroleerd wil worden, selecteert zelf een controle-organisatie. Maw er is een contractuele relatie die twijfels doet ontstaan over de waarachtigheid van de controleresultaten.
De controle-organisaties zijn vooral commerciële auditkantoren. De tekortkomingen van commerciële auditors zijn al langer bewezen.
GSCP
In februari 2007 kreeg de nieuwe BSCI/SAI alliantie concurrentie van nog een ander distributie-initiatief, gelanceerd door vijf van ’s werelds grootste Europese en Amerikaanse distributeurs – Carrefour, Metro, Migros, Tesco en Wal-Mart. In de schoot van de federatie van de voedingsdistributeurs, CIES - The Food Business Forum, publiceerden de distributiegiganten een ontwerpgedragscode voor de mondiale leveringsketens van de distributeurs.
Lacunes in het GSCP
Ofschoon de GSCP ontwerpcode zeker meer overeenstemt met de IAO-Conventies dan de WRAP code, en dus een stap voorwaarts betekent voor distributiegiganten zoals Wal-Mart, wordt hij nogal bekritiseerd om de volgende redenen:
- De code is niet toepasselijk op de eigen werknemers van de distributeurs;
- De leden moeten de code niet aannemen; ze dient enkel als maatstaf van de actuele praktijk;
- In de bestuursstructuur zijn NGO’s en vakbonden niet vertegenwoordigd;
- Officieel opgezet om de vermenigvuldiging van code-initiatieven tegen te gaan, werkt het daar aan mee;
- Controle vooral gebaseerd op sociale audits;
- Geen klachtensysteem;
- Kosten en verantwoordelijkheid zijn voor de producenten;
- Deelnemende ondernemingen, zoals Wal-Mart, zijn vakbondsvijandig.
|