DE A-MERKEN
De sector van de sportschoenen en -kleding wordt al jaren verregaand gedomineerd door een drietal gigantische kop-staartbedrijven, de zogenaamde A-merken: Nike, Adidas en Reebok. (Midden 2005 geraakte bekend dat Adidas Reebok zou overnemen.) Zij doen wereldomspannend zaken. Ze produceren zelf niet, maar laten dat doen door een groot aantal onderaannemers in lagelonenlanden. De schoenenproductie gebeurt geconcentreerd in een beperkt aantal zeer grote bedrijven, meestal in Zuidoost-Azië. De sportmerken distribueren ook hun producten niet zelf in eigen winkelketens. Ze houden zich enkel bezig met onderzoek, het ontwerpen van nieuwe collecties en vooral met de imagebuilding van het eigen merk.
Voor dat laatste worden enorme sommen uitgegeven: het merk moet door de consument zoveel mogelijk geassocieerd worden met het jeugdige, blitse en succesrijke karakter van de winnaar. Sponsorgeld gaat zowel naar individuele atleten, ploegen en belangrijke sportevenementen zoals Olympische Spelen, wereldkampioenschappen en toernooien.
De totale wereldmarkt voor sportuitrusting zou ongeveer 60 miljard US $ bedragen.
De A-sportmerken hebben honderden onderaannemers en stellen honderdduizenden mensen tewerk in lagelonenlanden. Tegelijkertijd zijn ze als merkenbedrijven als imagogedreven bedrijven gevoelig voor anti-sweatshopcampagnes. De grote sportmerken in Amerika en West-Europa werden als eerste op hun sociale verantwoordelijkheid aangesproken. Het wringt immers dat miljoenen worden uitgegeven aan topsportlui, terwijl bij de onderaannemers de arbeidsrechten van honderdduizenden worden geschonden. De campagnes hebben hun doel niet gemist. De A-sportmerken waren de eerste die een sociale gedragscode opstelden voor hun onderaannemers. Aanvankelijk leek dat eerder een public relationsoefening, maar door aanhoudende druk nemen de bedrijven hun sociale verantwoordelijkheid ernstiger gaan opnemen. Op gebied van gezondheid en veiligheid – een ernstig probleem in de schoenenproductie - worden inspanningen gedaan om het gebruik van ongezonde solventen in de lijmen terug te dringen.
Adidas, Nike, Reebok zijn alle drie lid van de Fair Labor Association (FLA). De onafhankelijke controle, ook al is die niet optimaal, levert allerlei gegevens op, waarop de sportmerken moeten reageren. In mei 2005 werden dat de nalevingsprogramma’s van Adidas-Salomon, Nike en Reebok geaccrediteerd door de FLA, omdat ze voldoende inspanningen leveren om de gedragscode te laten toepassen via o.a. bekendmaking, vorming, interne en externe controle, remediëring, informatiebeheer, klachtenprocedures en samenwerking met vakbonden en lokale NGO’s.
Het valt nog te bezien of gedragscodes als de FLA tot een duurzame verbetering zullen leiden. Gedragscodes zullen slechts een beperkt resultaat halen, indien de problemen rond de aankooppraktijken (prijzen en leveringstijden) niet door alle partners in de hele sector aangepakt worden.
Lidmaatschap van en controle door de FLA betekent niet dat alle problemen zijn opgelost. De gedragscode van de FLA bepaalt bijv. slechts de betaling van het lokale wettelijke minimumloon, ze laat veel overuren toe, de controle is toegespitst op momentane inspecties, de betrokkenheid van vakbonden en NGO’s is beperkt, enz… Onafhankelijke rapporten van productiefabrieken door NGO’s en vakbonden, evenals conflicten bewijzen dat er wel enige verbetering is, maar dat er nog veel problemen blijven.
Op bepaalde punten werken de grote 3 samen, vooral in de sportschoenensector. De grote schoenenfabrieken werken niet zelden voor alle drie de A-merken. Zo werkten Nike, Adidas en Reebok samen in het ‘China Capacity Building Project’, een project voor vorming omtrent veiligheid en gezondheid op het werk en voor de oprichting voor Comités voor Veiligheid en Gezondheid. Diverse Chinese NGO’s werden daarbij betrokken.
Nike
Adidas
Reebok
DE B-MERKEN
De B-sportmerken halen minder omzet dan de grote drie. Het grootste van de B-merken haalt zowel voor sportschoenen als voor –kleding iets meer dan de helft van de omzet van het kleinste van de A-merken. Overigens is hun wijze van opereren ongeveer gelijk aan die van de grote drie. De productie wordt grotendeels uitbesteed aan onafhankelijke producenten in lagelonenlanden. Asics, Mizuno (Japan) en New Balance (VS) hebben wel nog een beperkte eigen productie. De schoenen worden vooral gemaakt in China, Indonesië en Vietnam, dikwijls in dezelfde fabrieken waar de A-merken worden geproduceerd. De kledingproductie is geografisch meer verspreid, o.a. omdat de kledinglijnen sneller veranderen en de productie dus beter dichter bij de consumentenmarkt plaatsvindt, en omdat Europa en de VS vrijhandelsassociaties hebben opgericht met de hun omringende landen. Ook zij zijn zich vooral gaan toeleggen op de marketing van het eigen merk door sponsoring van atleten en sportevenementen.
Men stelt vast dat de arbeidssituatie bij de onderaannemers van de B-merken even slecht of slechter is dan bij de A-merken. Omdat B-sportmerken kleiner zijn, werden ze minder het doelwit van campagnes, met als gevolg dat ze veel later sociale gedragscodes hebben aangenomen. Bovendien worden ze soms niet bekend gemaakt, zijn ze inhoudelijk zwak en hebben de meeste bedrijven geen programma voor naleving, zoals interne en externe controle. Lotto heeft geen gedragscode. Puma is het enige bedrijf dat een sociaal rapport publiceert en dat lid is van een multistakeholderinitiatief (FLA).
Puma
Asics
Mizuno
Fila
Lotto
Kappa
Umbro
|
|
Rapporten
Life of football workers of Thailand
2006 (ENG)
Offside
2006 (ENG)
Offside
2006 (samenvatting NL)
Fair Play at the Olympics
2004
PT Tae Hwa. Werken voor Fila n Indonesië
2004 (samentvatting NL)
Wij zijn geen machines
2003
Sportmerken
Met de brochure ‘Wij willen Schone Kleren!’ biedt de Schone Kleren Campagne een overzicht van de engagementen van 26 Kledingbedrijven 'n 7 sportmerken op de Belgische markt wat fundamentele arbeidsrechten betreft bij de productie van kleding en sportschoenen.
Asics
Fila
Lotto
Mizuno,
New Balance,
Nike
Umbro
|