Levi Strauss


Bedrijfseconomisch

Levi Strauss is een Amerikaanse privé onderneming die nog steeds in handen is van de familie van de stichters. Oorspronkelijk verkocht het bedrijf alleen jeans (Levi’s), maar het heeft recent zijn assortiment verruimd met enkele merken van informele kleding: Dockers en Levi Strauss Signature. Levi Strauss verkoopt in meer dan 110 landen. Door de verminderde populariteit van de jeans en de vele concurrentie van zowel fashion jeans als goedkope merken, is de wereldwijde verkoop sinds 1996 sterk verminderd. In 1996 bedroeg de omzet nog 7,136 miljard US$; sinds 2000 stagneert de verkoop rond de 4 miljard US$.
Levi Strauss is als een van de laatste grote kledingbedrijven blijven produceren in eigen fabrieken, zowel in de VS als in Europa. Toen dat uiteindelijk niet meer rendabel bleek, werd drastisch van koers veranderd. In 1998 bijv. werden de 3 vestigingen in België en 1 in Frankrijk gesloten. De tientallen eigen Amerikaanse productieateliers zijn nu allemaal dicht. In 2004 nog werd een atelier in Adelaide (Australië) en 2 ateliers in Spanje gesloten. Levi Strauss beschouwt deze herstructureringsfase nu als afgesloten. Het heeft nog slechts 5 eigen productieateliers in lagelonenlanden, waarvan 3 in Europa. De meeste kleding wordt dus ingekocht bij onafhankelijke producenten. Deze uitbesteding weerspiegelt zich in een drastische daling van het aantal personeelsleden: van 85.000 werknemers (1970), tot 17.000 in 2000 en slechts 8.850 in 2004. Levi Strauss koopt in bij zowat 600 productieateliers in 60 landen.

Sociaal

Toen Levi Strauss nog zelf produceerde, werd de onderneming beschouwd als sociaal progressief. Ze had goede relaties met de vakbonden, ook al werd van de arbeiders een heel hoge productiviteit vereist. Momenteel heeft het bedrijf geen productiearbeiders meer in Westerse landen.
Gedragscode
Levi Strauss was in een van de eerste kledingbedrijven die een gedragscode voor de onderaannemers aannam. Ze bevat de gebruikelijke minimumnormen inzake kinderarbeid, dwangarbeid, verbod van boetes en straffen, maximum werkuren (gewoonlijk niet meer dan 60 uur) en wettelijke voordelen, vrijheid van vereniging, discriminatie en gezondheid en veiligheid. Bovendien is Levis Strauss ook lid van het Ethical Trading Initiative (ETI) met zijn eigen gedragscode.
De Levi Strauss Foundation – die in 2004 10 miljoen dollar spendeerde aan allerlei sociale initiatieven – subsidieerde in Bangladesh door de ngo Sheva georganiseerde vorming over arbeidsrechten, gedragscodes, verbetering van managementsystemen en klachtenprocedures. Voor de onderaannemers werd een gids gepubliceerd met gedetailleerde informatie over de gedragscode.
Interne en onafhankelijke controle
Volgens het jaarlijks financieel rapport werd Verité, een non-profitorganisatie ingeschakeld voor het uitwerken van betere inspectieprocedures (inclusief een gedetailleerde gids en vormingsprogramma’s voor de eigen fabrieksinspecteurs). Over onafhankelijke controle is geen informatie beschikbaar. ETI publiceert geen informatie over individuele leden of fabrieken.
Transparantie
Levi Strauss publiceert geen jaarlijks rapport over sociale verantwoordelijkheid. Noch over de resultaten van de eigen interne controle, noch over eventuele onafhankelijke controle zijn gegevens beschikbaar.

Lee Cooper

Bedrijfseconomisch


Lee Cooper is een jeansbedrijf ontstaan uit een Engelse producent van werkkleding. Het bedrijf staat vooral sterk in Europa (vooral VK, Frankrijk en België), maar verkoopt wereldwijd jeans in 40 landen. De jeans worden vooral geproduceerd in een eigen fabriek in Tunesië. In mei 2005 raakte bekend dat Lee Cooper, dat sinds 2001 eigendom was van de Engelse kledingdistributeur Matalan PLC, voor de prijs van 30,5 miljoen £ aangekocht was door een drietal privé investeringsfirma’s: Sun Capital, de 180 Group en Emerisque Capital. Volgens het jaarverslag 2004 van Matalan bedroeg de verkoop van Lee Cooper 55,6 miljoen £. De winst was echter klein.

Sociaal

Matalan PLC hanteerde een gedragscode die gebaseerd was op die van ETI.. Het bedrijf was echter geen lid van ETI. In het jaarverslag 2004 staan alleen gegevens over het aantal interne controles die werden verricht. Die interne controles slaan vooral op gezondheid en veiligheid, milieu en sociale normen. Over resultaten en opvolging zijn geen gegevens bekend. Sinds Lee Cooper in privé handen is overgegaan is geen verdere informatie over sociale verantwoordelijkheid gepubliceerd.

VF Corporation

Bedrijfseconomisch

Amerikaanse kledingmultinational die o.m. jeans, lingerie, arbeids- en sportkleding op de markt brengt. Het bedrijf heeft meer dan 10 jeansmerken in portefeuille. Wrangler, Lee, Riders, Rustler en Maverick zijn de bekendste.
In 2004 bedroeg de totale omzet 6,054 miljard US$; het aandeel van de jeans daarin bedroeg 2,661 miljard US$.

Sociaal

Voor zijn onderaannemers hanteert VF een eigen gedragscode: de ‘VF Corporation Global Compliance Principles’. Ze bevat de gebruikelijke minimumnormen, bijv. het lokale minimumloon of het gebruikelijke loon in de sector, max. 60 uur per week (uitgenomen in uitzonderlijke omstandigheden). Verplicht overwerken wordt toegelaten, indien dit in het arbeidscontract vermeld is. De gedragscode bevat een afzonderlijk artikel in verband met vrouwenrechten: geen discriminatie, verbod van zwangerschapstests, geen bedreiging t.o.v. vrouwen die wettelijk zwangerschapsverlof nemen, verbod van dwang of druk om contraceptieve middelen te nemen, verbod solventen of lijm te gebruiken die de reproductieve gezondheid in gevaar brengen, voldoende diensten en infrastructuur voor zwangere arbeidsters.
Een andere paragraaf behandelt normen voor fabriekshuisvesting van de arbeidsters.
De normen van de gedragscode, meer speciaal die betreffende veiligheid en gezondheid, worden nader omschreven in de ‘Facility Compliance Guidelines for VF Manufacturers’.

‘VF’s Factory Audit Procedure’ omschrijft kort de procedures die aangewend worden bij fabrieksinspecties. Eén van die procedures is interviews met arbeidsters die willekeurig worden aangeduid. Fabrieksinspecties kunnen zowel door eigen personeel of door een geaccrediteerde auditfirma worden uitgevoerd. Productieateliers krijgen na inspectie één van de volgende kwalificaties: ‘aanvaard’, ‘aanvaard mits verbetering’ en ‘niet-aanvaard’. Bij de tweede kwalificatie volgt een verbeterplan en een vervolginspectie.
Over onafhankelijke controle, met eventuele betrokkenheid van vakbonden of arbeidsngo’s is niets bekend. VF is ook geen lid van een multi-stakeholderinitiatief.

Er is weinig transparantie over de resultaten van de interne controles. VF publiceert daarover geen gegevens en stelt ook geen jaarlijks rapport over zijn sociale verantwoordelijkheid op.