|
|
Hebben Aldi en Lidl iets te verbergen?
 
Op woensdag 10 en donderdag 11 februari voerden 6 organisaties (ABVV, ACV, BBTK, LBC, Wereldsolidariteit, FOS-Socialistische Solidariteit) van de Schone Kleren Campagne actie bij Aldi en Lidl in leuven, Hasselt, Gent en Roeselare om meer inspanning en transparantie te vragen m.b.t. hun aankoop- en arbeidspraktijken.
De voorbije jaren heeft de Schone Kleren Campagne al bij heel wat soorten bedrijven actie gevoerd: om te beginnen bij modeketens (C&A, H&M…), modemerken (Benetton, Levi’s…) en sportmerken (Nike, adidas…); en nadien startte de Schone Kleren Campagne ook acties t.a.v. bedrijven die werkkleding maken en bedrijven die T-shirts en promotionele kleding maken of verkopen. Toen kwam de Schone Kleren Campagne tot de vaststelling dat er ook bij Aldi en Lidl heel wat kleding verkocht wordt, veel meer dan we spontaan denken. Iedereen koopt bij Aldi en Lidl maar waar kopen Aldi en Lidl zelf in? En hoe gebeurt de productie?
Aldi en Lidl hebben een gigantisch winkelnetwerk waar wekelijkse promoties tegen enorm lage prijzen de deur uitvliegen. Qua kledingverkoop halen ze een omzet waar sommige modeketens alleen maar van kunnen dromen. Het is onduidelijk hoe dit te rijmen valt met goede arbeidsomstandigheden bij de productie. Onderzoek naar arbeidsomstandigheden is erg moeilijk omdat er over de toeleveringsketen geen informatie gegeven wordt. Maar uit een aantal rapporten blijkt dat de fundamentele arbeidsrechten geschonden worden. Dit doet vermoeden dat, zoals bij andere bedrijven, de aankooppraktijken een hoge druk opleggen aan de leveranciers. Grote flexibiliteit, lage prijzen enz. resulteren dan vaak in slechte arbeidsvoorwaarden voor de werknemers. Als er hierover vragen gesteld worden, verstoppen Aldi en Lidl zich achter hun BSCI-lidmaatschap.
Rapport 'Arbeidsomstandigheden bij Aldi leveranciers in China en Indonesië', 2007
Rapport 'En maar incasseren. Arbeids- en aankooppraktijken van distributiegiganten', 2009
Transparantie
De Schone Kleren Campagne vraagt aan Aldi en Lidl transparantie m.b.t. de toeleveringsketen en de
aankooppraktijken enerzijds en m.b.t. de inspanningen voor goede arbeidsomstandigheden in de toeleveringsketen anderzijds.
Dit houdt oa in dat Lidl en Aldi, net zoals modeketens en sportmerken, hun gedragscode op hun website bekendmaken en een jaarlijks rapport publiceren, niet alleen met feitelijke gegevens over de gedragscode, de monitoring ervan, de uitgevoerde audits en de resultaten, maar ook actieplannen voor de verbetering van de arbeidsomstandigheden, de effectief uitgevoerde stappen en hun concrete impact.
Een voorbeeld: het H&M sociaal rapport 2008
“We erkennen dat onze stakeholders, zowel binnen als buiten H&M, willen weten hoe wij verantwoord ondernemen. In al onze interne communicatie (intranet, personeelsmagazine) communiceren we hierover. Dit jaar (2008) werd onze film over onze vooruitgang ivm maatschappelijk verantwoord ondernemen getoond aan meer dan 32000 winkelbedienden. Daarna volgde een onderzoek om na te gaan of het personeel het thema begrepen had. Aan dat onderzoek namen 2349 personeelsleden uit 24 landen deel. De resultaten waren in het algemeen positief en waar er tekortkomingen vastgesteld werden, zal volgend jaar bijkomende informatie en vorming georganiseerd worden. De film was ook op de website te zien van mei tot september en werd 28000 keer bekeken. En er wordt verder regelmatig informatie gepubliceerd op www.hm.com/csr.”
Leefbare lonen
Het basisloon (zonder overwerk) in 11 onderzochte fabrieken in Bangladesh varieerde van 1.350 taka (13,50 €) tot 2.400 taka (24 €) per maand. Beide loonniveaus werden aangetroffen bij leveranciers van Aldi. Het wettelijke minimum bedraagt 1.662 taka (16,62 €). Het gemiddeld verdiende loon (inclusief de overuren) in de fabrieken van Bangladesh bedroeg tussen 2.061 taka (21€) tot 3.447 taka (34€): meer dan het minimumloon maar nog steeds veel lager dan wat de arbeiders als een leefbaar loon voor één persoon alleen beschouwen, om nog te zwijgen van een gezin.
In twee typische fabrieken in Bangladesh die o.a. leveren aan Lidl, verdiende men gemiddeld 3.270 en 3.447 taka (33 en 34 €) per maand. Om dit hoger loon te halen, was de werkweek in de ene fabriek van 8u tot 19u zes dagen per week – gemiddeld circa 60 werkuren. In de andere werd van de arbeiders verwacht dat ze tot 22u bleven werken gedurende zeven dagen per week – een werkweek van 84 uren.
Die combinatie van lange werkdagen en intense druk om de productiequota te halen creëert een echte hel voor de arbeiders. In de eerstgenoemde fabriek, met een relatief gemakkelijk werkregime van 60 uur per week, vertelde Salma ons dat ‘als ik thuiskom ben ik zo vermoeid dat ik zelfs geen zin heb om te eten.’ Kusum voegt eraan toe: ‘Soms wordt het ondraaglijk en begin ik te huilen. Na enige tijd raap ik mijn moed samen omdat dat het enige mogelijke is, ik moet blijven werken.’
(Bron: Cashing in, 2009)
Het recht op een leefbaar loon is opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (Art 23, 3). Dat loon stemt overeen met een vergoeding voor een normale arbeidsduur die de basisnoden van de arbeider en zijn gezin dekt (wonen, voeding, kleding, verzorging, onderwijs) en hem daarboven toelaat iets te sparen. Het bedrag van dat leefbaar loon is afhankelijk van de lokale omstandigheden en varieert van land tot land, en in eenzelfde land zelfs van streek tot streek.
Het wettelijk minimumloon wordt door de wet vastgelegd. Onder druk van de concurrentie en de dreiging met delocalisering van de activiteiten van de transnationale ondernemingen, leggen een groot aantal regeringen van landen waar bedrijven kleding laten produceren, een wettelijk minimumloon vast dat lager is dan het leefbaar loon.
Het is niet alleen belangrijk dat de bedrijven in hun gedragscode de uitbetaling van een leefbaar loon eisen, maar ook dat ze ophouden teveel druk uit te oefenen op prijzen die ertoe leiden dat de arbeiders een onleefbaar loon zullen verdienen.
Aldi en Lidl hebben de BSCI-gedragscode ondertekend. In die code wordt het recht op een leefbaar loon zeer vaag omschreven. Bedrijven moeten het wettelijk minimumloon betalen en als dit niet volstaat, worden ze ‘aangemoedigd’ om meer te betalen zodat in de behoeften kan voldaan worden. Uit bovenstaande voorbeelden blijkt dat de lonen in de praktijk onvoldoende zijn om van te leven.
Recht op organisatie en collectief onderhandelen
Bij een leverancier van Aldi in Bangladesh was er duidelijk een verleden van vakbondsrepressie. Een arbeider was ontslagen omdat hij lid was van een vakbond. Twee arbeidsters werden niet alleen ontslagen, maar werden verplicht te verhuizen, omdat ze geprobeerd hadden de arbeiders te organiseren. De arbeiders vertelden over de tactieken van de directie om kritiek het zwijgen op te leggen, onder meer door fysiek geweld, brandstichting en valse beschuldigingen tegen arbeiders. (Bron: Cashing in, 2009)
Het recht om zich te organiseren en collectief te onderhandelen biedt de arbeiders een kader waarin ze zich kunnen verdedigen en met de bedrijfsleiding over hun arbeidsomstandigheden kunnen onderhandelingen. Die rechten worden vaak onderdrukt, zowel door de wet als in de praktijk. De naleving van die rechten controleren is bovendien niet eenvoudig. Het is bijgevolg niet voldoende dat de bedrijven in hun code het recht van de arbeiders om vakbonden op te richten of er zich bij aan te sluiten en om collectieve onderhandelingen te voeren, inschrijven. Indien ze willen dat hun code toegepast wordt, moeten ze het probleem positief en proactief benaderen. Dat houdt bijv. in dat ze maatregelen nemen om te garanderen dat de werknemers die zich aansluiten bij een vakbond of die deelnemen aan vakbondsactiviteiten om die reden niet het slachtoffer worden van ontslag, discriminatie, pesterijen, intimidatie of represailles. De bedrijven moeten ook garanderen dat de vertegenwoordigers van de arbeiders toegang krijgen tot alle werkplaatsen van het bedrijf en tot al wie ze vertegenwoordigen, zodat ze hun vertegenwoordigende functie kunnen uitoefenen. Het is bovendien onontbeerlijk dat de vakbondsorganisatoren toelating krijgen in het bedrijf te komen zodat ze een vakbond kunnen oprichten.
In een aantal landen zijn vakbonden verboden of beperkt toegelaten. Sommige merken of ketens zetten stappen om de impact van die beperkingen te minimaliseren. H&M, bijvoorbeeld, heeft zijn leveranciers in China of in de vrijhandelszones van Bangladesh ertoe aangezet om parallelle vormen van arbeidersvertegenwoordiging toe te laten zodat in de fabriek een sociale dialoog aangegaan kan worden.
Aldi en Lidl hebben de BSCI-gedragscode ondertekend en die bevat het recht op organisatie en collectief onderhandelen. Uit bovenstaand voorbeeld blijkt echter dat het er in de praktijk soms anders aan toegaat.
Aankooppraktijken
Aankooppraktijken hebben een impact op de arbeidsomstandigheden en kunnen het vermogen van de leverancier om de arbeidsnormen na te leven, ondermijnen. Zeer korte leveringstermijnen kunnen voor gevolg hebben dat er buitensporig veel of gedwongen overuren gepresteerd moeten worden. Of als een bedrijf voortdurend bestellingen wijzigt of frequent van leverancier verandert, voelen die leveranciers zich niet aangespoord om de gevraagde verbeteringen uit te voeren.
In een bedrijf moeten de afdeling die bevoegd is voor de maatschappelijke verantwoordelijkheid en de aankoop- en leveranciersafdeling dus nauw samenwerken. Of nog, de manier waarop bedrijven bijvoorbeeld hun inkopers vergoeden, is vaak gebaseerd op een relatief laag vast salaris en een variabel deel dat afhankelijk is van de bijdrage aan de winstmarge van het bedrijf. Die praktijk spoort de inkoper aan om buitensporige druk uit te oefenen op de prijzen, zodat de leveranciers verplicht worden datgene in prijs te verminderen waartoe ze in staat zijn... niet de grondstoffen, niet de energiekosten... maar wel de arbeidsomstandigheden in hun fabrieken.
Door hun gigantische aankoopkracht zijn Aldi en Lidl in elk geval in staat om de prijzen te drukken en leveringstermijnen op te leggen. Het is niet bekend of Aldi en Lidl maatregelen nemen om respectvolle aankooppraktijken te hanteren.
BSCI
Zowel Aldi als Lidl verwijzen bij vragen over arbeidsomstandigheden snel naar BSCI (Business Social Compliance Inititiative). Ze hadden n.a.v. de acties op 10 en 11 februari voor klanten een pamflet klaar waarin ze stelden dat ze deelnemer zijn van BSCI zonder verder te verduidelijken wat dit concreet betekent. BSCI is een bedrijfsvereniging die o.a. een gedragscode voor arbeidsomstandigheden in de productieketen ontwikkeld heeft en criteria voor audits. Deelname kan voor bedrijven een nuttige eerste stap zijn maar is zeker niet voldoende.
BSCI werd in 2004 gesticht op initiatief van een lobby van distributiebedrijven bij de Europese instellingen, Foreign Trade Association, gevestigd in Brussel. Zoals zijn naam aangeeft is BSCI een initiatief van bedrijven. BSCI heeft een gedragscode die gebaseerd is op de conventies van de IAO (Internationale Arbeidsorganisatie). BSCI wil de criteria voor managementsystemen, voor interne controle en fabrieksinspecties uniform maken. Maar de leden kunnen die criteria naar eigen goeddunken toepassen. Binnen BSCI mogen de leden de resultaten van elkaars fabrieksaudits overnemen. Het BSCI programma kan overkomen als een stap in de rationalisatie van de systemen voor de uitvoering van de sociale verantwoordelijkheid van de bedrijven. Maar in tegenstelling tot wat BSCI beweert, gaat het niet om multistakeholdercontrole. Het initiatief lijdt ook aan een gebrek aan openheid en transparantie ten aanzien van de andere stakeholders: BSCI publiceert geen jaarlijks rapport, noch een lijst van gecontroleerde fabrieken.
Reacties van Aldi en Lidl
Dit was geen verrassingsactie. De directies werden, zoals meestal, op voorhand op de hoogte gebracht. En bovendien, niet alleen bij ons maar ook in andere Europese landen wordt actie gevoerd t.a.v. Aldi en Lidl.
Aldi heeft nauwelijks gereageerd op acties en op het onderzoeksrapport ‘Cashing in’ dat in februari 2009 gepubliceerd werd; Aldi heeft enkel laten weten dat ze lid zijn van BSCI (Business Social Compliance Initiative).
Lidl was eind 2007 bereid tot een gesprek met de 2 Belgische Schone Kleren Campagnes maar aangezien toen ook een vergadering gepland was met de Duitse Schone Kleren Campagne hebben we dit eerste gesprek uitgesteld en heeft iemand de Schone Kleren Campagne vertegenwoordigd tijdens dat gesprek in Duitsland. Daarna wees Lidl in België in 2009 een tweede uitnodiging af. In Duitsland gingen ondertussen 2 gesprekken door. Lidl gaf algemene informatie over de audits die ze doen en de vorming die ze organiseren maar het blijft onduidelijk waar ze produceren.
Reacties van klanten tijdens de actie in Leuven
De ijzige koude heeft dan misschien wel het aantal klanten erg beperkt. Zij die de moed hadden om te winkelen, waren in ieder geval bereid om ons te beluisteren. Er is nog solidariteit! Het feit dat uitdrukkelijk vermeld werd dat dit geen boycot-actie is, heeft daar mogelijks ook toe bijgedragen. Het was een bescheiden, informatieve actie, waarbij deelnemers niet onmiddellijk om de oren werden geslagen met allerlei slogans, maar rustig werden aangesproken. Het feit dat actievoerders de kou trotseerden om die boodschap te brengen, stemt mensen allicht ook wat milder om de boodschap echt te beluisteren. Een greep uit de reacties…:
- “Heel goe bezig, madam!”
- “Ja, ik heb het vanmorgen op de radio gehoord.” (-> maakt het ook gemakkelijker om boodschap te brengen. Het is herhaling en dat kan nooit kwaad en mensen weten al waarover het gaat.) “ ’t Zou allemaal niet mogen zijn, hé”
- “Ja, dat is waar. Ik vraag mij dikwijls af zo van Nike en die duur merken allemaal, wat de mensen verdienen die dat allemaal moeten maken”
- “Geef maar hier madam, dat is waar. Ik heb ook mijn heel leven gewerkt en op ’t einde wil ik ook graag een fatsoenlijk pensioen. Dat is voor de mensen ginder niet anders, denk ik. Die mensen willen ook hunnen boterham verdienen.”
- “Ah ja, ik heb het in de Visie gezien. Dat is waar. Proficiat!”
- “Ja, madammeke, luistert es hé….(duidelijk geen goesting om zich daarmee bezig te houden)…waarop z’n vrouw overneemt: “geef ’t maar aan mij, mijne man heeft daar geen geduld voor. Ja, dat is juist. Voor goedkope kleren hier, moeten de mensen ginder niet betalen…”
Opmerkelijk dat een behoorlijk deel van de klanten aangaf nooit kleding te kopen in Lidl of Aldi, maar toch bleven luisteren.
En dan een hele reeks mensen die erg luisterbereid zijn, zonder verdere commentaar…maar wel instemmend geknik.
Slechts 2 mensen lopen voorbij.
|