|
|
Leefbaar loon
Kledingmerken en –ketens kunnen almaar gemakkelijker laten produceren in landen en regio’s waar lonen en loonlasten zeer laag zijn. Sinds 2005 is de internationale kledinghandel vrijgemaakt door de afschaffing van de quota’s (meer info hier). Het transport over zee is door het gebruik van containers sneller en efficiënter geworden en de prijs is sterk gedaald (China-Antwerpen: 3.500-4.000 US$ per TEU - twintigvoeterequivalent). In veel ontwikkelingslanden heerst grote werkloosheid, vooral op het platteland en dat drukt de lonen. De vakbonden staan eerder zwak in de kledingsector, of worden erg tegengewerkt of zijn verboden. De regering bepaalt een zeer laag wettelijk minimumloon en dwingt zelfs dat niet af om potentiële investeerders niet af te schrikken.
Dit alles heeft voor gevolg dat veel van onze kleding geproduceerd is door arbeid(st)ers die voor een normale werkweek verschrikkelijk weinig verdienen. Soms halen ze zelfs de armoededrempel van 1 US$ per dag niet. Ze zijn verplicht enorm veel overuren te presteren, geraken ondervoed, krijgen gezondheidsproblemen, de kinderen kunnen geen onderwijs volgen of moeten ook uit werken gaan.
Veel tewerkstelling in de sector is ook meer en meer ‘flexibel’ geworden: tijdelijk via uitzendbureaus, thuiswerk, kortetermijncontracten. Periodes van overwerk wisselen dan af met periodes van werkloosheid zonder loon. Dat betekent dat het inkomen heel laag en onzeker is. De levensstandaard is blijft mensonwaardig laag.
|
|
- Een aantal mensenrechten wordt met de voeten getreden:
Een ieder heeft recht op maatschappelijke zekerheid en heeft er aanspraak op …dat de economische, sociale en culturele rechten, die onmisbaar zijn voor waardigheid en vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid, verwezenlijkt worden. (Artikel 22, Universele Verklaring Rechten van de Mens)
- Een ieder die arbeid verricht, heeft recht op een rechtvaardige en gunstige beloning, welke hem en zijn gezin een menswaardig bestaan verzekert, welke beloning zo nodig met andere middelen van sociale bescherming zal worden aangevuld (Artikel 23, °3, idem)
- Het recht op een billijke verloning en voldoende levensstandaard zijn verder geconcretiseerd in het Internationaal Verdrag over de Economische, Sociale en Culturele Rechten (1966, door 140 staten geratificeerd) en in Conventies van de IAO (meer info hier) over de wijze waarop een minimumloon door staten moet worden bepaald. Die conventie is echter niet opgenomen bij de basisconventies. Overigens maken deze verklaringen en conventies deze rechten niet juridisch afdwingbaar.
|
Telkens weer blijkt uit onderzoek hoe laag de lonen zijn.
In Bangalore (India) bedraagt het leefbaar loon, voldoende voor een gezin van 4,4 leden, het equivalent van 80 € per maand; het minimumloon bedraagt er amper 40 €.
In Bangladesh zou een leefbaar loon 48 € bedragen; de meesten krijgen slechts 25 à 30 €, enkelen slechts 16,60 €. In Thailand werd het leefbaar loon door arbeidsorganisaties berekend op 160 € per maand; het minimumloon bedraagt er slechts 90 € per maand.
Hetzelfde geldt voor Sri Lanka: het minimumloon bedraagt slechts de helft (40 €) van wat volgens een arbeidsrechtenorganisatie maandelijks nodig is. Slechts 44% van de arbeid(st)ers beweerde dat ze effectief het minimumloon kregen.
Minimumloon: geen leefbaar loon
Wanneer de staat een wettelijk minimumloon vastlegt, dan tracht men een evenwicht te bereiken tussen wat de armste arbeid(st)ers nodig hebben, wat men denkt dat vereist is om concurrentieel te blijven op de mondiale markt en de belangen van de lokale werkgevers. Het minimumloon is praktisch nooit een leefbaar loon: voldoende voor de basisnoden van een gezin (water, voeding, onderdak, kleding, onderwijs, gezondheid, vervoer) en wat spaargeld. In de meeste ontwikkelingslanden bedraagt het minimumloon rond de helft van een leefbaar loon. Soms blijft het minimumloon jaren onveranderd en verliest het door de stijgende levensduurte zijn koopkracht. Dat minimumloon wordt in veel landen vaak zelfs niet gehaald: de regering dwingt het niet of onvoldoende af. De kledingarbeiders moeten vaak ook onbetaald overwerk verrichten of hun loon- en werkkaarten worden vervalst.
Leefbaar loon als arbeidsnorm: een uitdaging
Een leefbaar loon uitbetalen is opgenomen in alle multistakeholder gedragscodes, met uitzondering van de Fair Labor Association (meer info hier). De toepassing van die norm is evenwel een uitdaging. Ten eerste moet een leefbaar loon per land en zelfs per regio bepaald worden, liefst volgens duidelijke criteria.
Ten tweede: tussen het werkelijk uitbetaalde loon voor een normale werkweek en een leefbaar loon gaapt vaak een zeer brede kloof. Het is niet vanzelfsprekend om van kledingmerken te eisen dat ze aan al hun leveranciers vragen van de ene op de andere dag een leefbaar loon uit te betalen. Zoiets vergt o.a. een grondige heroriëntatie van hun aankooppraktijken van de kledingmerken en –ketens. Die zijn zo dominant dat ze almaar lagere prijzen afdwingen (o.m. door omgekeerde internetbiedingen) van de leveranciers. Die laatste proberen dan de loonlast te verlagen. De kledingbedrijven zullen prijsaanpassingen moeten doen (hoewel veel minder dan soms gedacht wordt) met gevolgen op het vlak van de concurrentie,…. Ook de arbeidsproductiviteit, kostenstructuur en productie-efficiëntie van de kledingfabrieken komen dan in het vizier.
Loonladder als instrument
Om vooruitgang te boeken op het vlak van leefbare lonen, heeft het JO-IN project in Turkije veel aandacht aan dit probleem besteed. Als middel tot discussie en als praktische methode om de lonen van de arbeid(st)ers geleidelijk op een hoger niveau te brengen, werd het begrip loonladder gehanteerd. Die tekent de verschillende ‘soorten’ loon op een schaal uit: gaande van het wettelijk minimumloon, naar het lokale gemiddelde sectorloon, bestaande onderhandelde lonen (CAO’s), de levensduurte zoals berekend door de vakbonden, het leefbaar loon berekend volgens verschillende ormules,… Op die manier kunnen over een bepaalde periode geleidelijk duidelijke stappen naar een leefbaar loon worden gezet.
Ook de internationale kledingvakbonden voeren campagne voor een leefbaar loon. We verwijzen naar de ‘Living Wage Campaign’ van de Internationale Textiel- en Kledingvakbond, ITGLWF, die de sleutel tot een leefbaar loon vooral ziet in echte vakbondsvrijheid en het effectief recht op collectief onderhandelen. In Azië hebben de vakbondsleiders en arbeidsactivisten over de grenzen heen de handen in elkaar geslagen om het probleem van de te lage lonen in Azië aan te pakken. Deze ‘Asian Floor Wage Campaign’ moet internationaal zijn, want als de lonen in één land stijgen relokaliseren bedrijven vaak naar andere landen waar de lonen laag blijven.
|