| De toegenomen concurrentie tussen bedrijven uit zeer sterk verschillende landen in Noord en Zuid heeft in geen geval een gunstig effect gehad op de arbeidsomstandigheden. In sommige derdewereldlanden (Bangladesh, India, Sri Lanka) zijn de lonen in de kledingindustrie de laatste 10 jaar zelfs gedaald. Werkweken van 70 uur zijn geen uitzondering en inbreuken tegen vakbondsvrijheid zijn frequent. Ook kinder- en dwangarbeid komen in de kledingindustrie voor. Daarnaast resulteert de globalisering ook in een verschuiving van tewerkstelling in het formele circuit naar niet-gereglementeerd thuiswerk en productie in illegale ateliers. Alhoewel licht gedaald, blijft het aandeel van vrouwelijke werknemers in de kledingindustrie zeer groot: 75% van de arbeidskrachten. Dat aandeel is nog hoger in landen waar arbeidsintensieve productie geconcentreerd wordt in vrijhandelszones. Vrouwen worden niet alleen gediscrimineerd omdat ze het grootste aandeel vormen van de arbeidskrachten in een sector met de laagste lonen, langste werkdagen, met weinig perspectief op promotie of opleiding, in een precair statuut. Ze worden daarnaast ook nog gediscrimineerd t.o.v. mannen wat betreft hun loon, de toegang tot bepaalde functies en omdat ze vaak het slachtoffer zijn van seksueel geweld. In de informele sector ziet de situatie er niet beter uit. Thuisarbeid als oplossing voor vrouwen die huishoudtaken willen combineren met betaalde arbeid, heeft veel nadelen: thuiswerk wordt meestal minder betaald dan fabriekswerk; op piekmomenten moeten lange uren gewerkt worden; veelal is er geen geschreven contract; er is geen sociale bescherming of controle op veiligheid en gezondheid... Thuisarbeidsters hebben overigens dikwijls geen keuze: ze moeten thuiswerk aanvaarden omdat er geen ander werkgelegenheid is. |
|
Verdere info
Arbeidsrechten zijn mensenrechten
Vrouwen in de kledingindustrie
Kinderarbeid |