|
Fair Play! Fair Pay? Olympische Campagne voor arbeidsrechten Honderden organisaties in 35 landen hebben in 2004 deelgenomen aan de ‘Fair Play! Fair Pay? Olympische campagne voor arbeidsrechten’, gecoördineerd door Clean Clothes Campaign, oxfam en Global Unions. De talrijke vormingsactiviteiten en acties leverden een half miljoen handtekeningen op en uitgebreide mediabelangstelling. Wellicht was dit de grootste campagne voor arbeidsrechten in de (sport)kledingsector ooit. Het is overduidelijk dat consumenten en werknemers wereldwijd dezelfde bekommernis delen om een einde te maken aan de uitbuiting van werkers bij de productie van (sport)kleding. Olympische medailles voor dragers én makers van sportkleding Brief aan Jacques Rogge Fietstocht Leuven - Athene Olympische medailles voor dragers én makers van sportkleding Olympische medailles zijn de bekroning van felbevochten prestaties en jarenlange training. Die medailles - goud, zilver en brons - hebben ook een keerzijde. De gelauwerde atleten dragen allemaal sportkleding en zijn gesponsord door sportmerken. Die multinationals investeren fortuinen om hun logo te laten schitteren en tegelijk drukken ze de kosten via hun aankooppraktijken tot op de bodem. En bijgevolg moeten arbeidsters die sportkleding maken, dagelijks tegen een recordtempo werken. We vinden dat ze daarvoor erkenning en beloning verdienen. De Schone Kleren Campagne heeft de voorbije jaren verschillende acties gevoerd t.a.v. sportmerken. Ondanks een uitgebreide wereldwijde publiekscampagne die deels heeft bijgedragen tot de vele ethische claims en gedragscodes ter verbetering van arbeidsomstandigheden, is er veel te weinig gedaan. Daar zijn drie belangrijke redenen voor:
N.a.v. de Olympische Spelen in Athene 2004 sloegen de internationale Schone Kleren Campagne, Oxfam International en Global Unions de handen in elkaar voor een wereldwijde campagne. In 35 landen werd actie gevoerd. "De Olympische Beweging wil sport ten dienste stellen van een De nationale Olympische Comités, dus ook het BOIC, zijn een sleutel om het IOC te beïnvloeden aangezien ze het recht hebben om t.a.v. het IOC voorstellen te formuleren ivm het Olympisch charter en de Olympische beweging in het algemeen. Ze hebben daarnaast ook de exclusieve bevoegdheid om te bepalen welke kleding, uniformen gedragen worden en welke materiaal gebruikt wordt door hun delegatie tijdens de Olympische Spelen.
Juli 2004 Geachte Heer Rogge, We zijn teleurgesteld omdat u tot nu toe niet concreet gereageerd hebt t.a.v. de Play Fair at the Olympics-campagne en omdat u nog steeds de verantwoordelijkheid van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) ontkent m.b.t. de werknemers die sporkleding maken met het Olympisch logo. Volgens het Olympisch Charter is het doel van het Olympisme ‘sport overal in dienst te stellen van een harmonieuze ontwikkeling van de mens, met het oog op het bevorderen van een vredevolle samenleving die de menselijke waardigheid beschermt’ (pagina 9) Het stelt verder dat ‘het gebruik van een Olympisch embleem moet bijdragen tot de ontwikkeling van de Olympische Beweging en niet mag afwijken van zijn waardigheid’ (pagina 24) Zelfs al beheren de nationale Olympische comités en de Organisatiecomités van de Spelen meestal de licenties en sponsoring, dan nog is het IOC de exclusieve eigenaar van de rechten over de Olympische Spelen en het Olympisch logo en bijgevolg is het IOC verantwoordelijk voor het management van het Olympisch marketing programma. Het Olympisch Charter stelt inderdaad expliciet dat ‘zelfs als een nationale wet of een keurmerkenregistratie de bescherming van het Olympisch symbool toekent aan een nationaal Olympisch comité, mag een nationaal Olympisch comité enkel gebruik maken van de daaruit voortvloeiende rechten in overeenstemming met de instructies van het uitvoerend bestuur van het IOC. We zijn verheugd te lezen in een brief dd. 14 mei 2004 van het IOC aan Clean Clothes Campaign, Oxfam en Global Unions dat het IOC achter onze doelen staat en dezelfde waarden deelt. Daarom zijn we ontgoocheld dat het IOC geen constructieve dialoog wil aangaan met de vertegenwoordigers van de campagne om te bespreken hoe de gemeenschappelijke doelstellingen en waarden in de praktijk kunnen vertaald worden voor de honderdduizenden werknemers/-sters die sportkleding en sportschoenen maken en daarentegen ervoor kiest om die verantwoordelijkheid door te schuiven naar individuele nationale Olympische comités en de Wereldfederatie van Sportgoederenindustrie (WFSGI). We dringeren er dus op aan om in te gaan op de uitnodiging van de Play Fair at the Olympics-campaigne om het gesprek opnieuw te openen en op de uitnodiging om handtekeningen van de honderdduizenden mensen die deelgenomen hebben aan de campagne over de hele wereld in ontvangst te nemen. Hoogachtend, In België namen we Adidas en Fila als voorbeeld om onze eisen voor de hele sector te concretiseren. Net zoals Nike en reebok wordt adidas al sinds enkele jaren aangeklaagd. En adidas heeft net zoals die twee andere bedrijven een procedure ontwikkeld om arbeidsomstandigheden te controleren in de hele productieketen. Het is dus niet verrassend dat adidas heel snel een gesprek aanvaard heeft met vertegenwoordigers van de campagne over de aangeklaagde feiten. De centrale vraag van de Belgische actie betrof echter niet zozeer de controle als wel het afstemmen van het aankoopbeleid op zijn sociale eisen. Dit is een delicaat terrein dat, volgens adidas, onmiddellijk raakt aan de concurrentiekracht van de onderneming en waar het bijgevolg moeilijk is om alleen initiatief te nemen. Adidas heeft zich geëngageerd om een sectorbenadering te promoten. Concreter – en dit is een primeur – heeft adidas zich geëngageerd om de prijs te verhogen die ze betalen voor sportschoenen die geproduceerd worden bij Panarub. Panarub is een Indonesisch bedrijf met 10 000 werknemers dat uitsluitend voor adidas produceert. Op die manier wil adidas ervoor zorgen dat de arbeidsomstandigheden verbeteren en de fundamentele arbeidsrechten gerespecteerd worden. Een veelbelovend begin? De toekomst wijst het uit. De internationale handel in sportkleding en -schoenen is enorm gegroeid en wordt gedomineerd door de 'A-merken' Nike, Adidas, Reebok, gevolgd door de 'B-merken' Puma, Fila, ASICS, Mizuno, Lotto, Kappa en Umbro. Miljoenen mensen, vooral vrouwen, werken rechtstreeks of onrechtstreeks voor deze multinationals. Het rapport 'Fair Play at the Olympics' (Maart 2004) beschrijft de harde werkelijkheid van het bestaan van de mensen die onderaan de productieketen werken. Het is gebaseerd op interviews met 186 arbeiders uit zes verschillende landen - Bulgarije, Cambodja, China, Indonesië, Thailand en Turkije. Een aantal van de meest grove schendingen van arbeidsrechten die door ons onderzoek ontdekt, zijn:
Tijdens de campagneactiviteiten en ook op de websites van alle deelnemende organisaties liep een petitie, gericht aan het BOIC, Adidas en Fila. Ruim 90 000 sportieve Belgen onderschreven de petitie. De fietstocht bedroeg 2150km, verdeeld in 13 ritten; met een aantal fikse beklimmingen; meestal met de zon mee maar soms ook door mist en regen. Van Leuven tot Assisi werd de groep elke dag - 10 dagen na elkaar- onderweg of bij aankomst opgewacht en was de pers er om verslag uit te brengen: in Arlon, Contrexéville, Altkirch, Luzern, Brunnen, Alessandria, Rapallo, Pisa, Siena. Zonder valse bescheidenheid kan gezegd worden dat de kijk- en luistercijfers in de miljoenen liepen. Ook het thuisfront volgde via de website trouw de vorderingen. Tot slot werd een delegatie in Griekenland door de Belgische ambassadeur ontvangen die goed op de hoogte bleek te zijn en beloofde zijn contacten te gebruiken om de boodschap door te geven. za 31/7: Arlon (B) - Contrexéville (Fr): 210 km Bilan van Fair Play! Fair Pay? Olympische campagne voor arbeidsrechten Op de werkvloer heeft de campagne bijgedragen tot de gunstige ontwikkeling van verschillende ernstige arbeidsconflicten. Ook politiek had de campagne effect. Het Europese Parlement keurde een resolutie goed die de doelstellingen van de campagne ondersteunde. Het Britse parlement keurde eveneens een motie goed en het congres van de VSA stemde een wet. Met het ‘Werkprogramma van Athene naar Bejing’ legde de campagne de klemtoon op een aanpak voor de hele sector. De IAO (Internationale Arbeidsorganisatie) heeft een internationale bijeenkomst georganiseerd om ons ‘Werkprogramma van Athene naar Bejing’ voor te stellen aan de sportindustrie. De WFSGI (Wereldfederatie van de Sportartikelenindustrie) heeft recent een nieuw comité opgericht voor maatschappelijk verantwoord ondernemerschap en beraadt zich nog over dit werkprogramma. De leden van de Fair Labor Organisation (o.a. Nike, Reebok, adidas, Puma) hebben gezamenlijk gereageerd. Ze bevestigen het belang van recht op organisatie en de nood enerzijds aan meer sturing van de controleurs op dit punt en anderzijds aan strategieën om het voor werknemers mogelijk te maken zich te organiseren of lid te worden van een organisatie naar keuze. De FLA-bedrijven willen ook klachtenprocedures ontwikkelen die effectiever zijn en nieuwe vormen van dialoog en samenwerking met plaatselijke organisaties. Reebok focust vooral op programma’s die werknemersvertegenwoordiging bevorderen en o.a. voorkomen dat vakbondsmensen op de Franse lijst terechtkomen. Reebok is voorstander van een sectoriële aanpak en wil graag dat de IAO daar een rol in speelt. Ons onderzoeksrapport heeft Reebok doen nadenken over de toepassing van hun gedragscode. Puma was er snel bij om de campagne uit te nodigen voor een gesprek over het onderzoeksrapport en over een eventuele samenwerking. Puma is bereid om met plaatselijke organisaties samen te werken en laat een onderzoeker bekijken hoe hun aankoopbeleid en de toepassing van hun gedragscode samengaan. Adidas is voorstander van een Aziatische bijeenkomst met verschillende actoren en zou het appreciëren als de IAO die bijeenkomst mogelijk zou maken. Adidas is in gesprek met nationale autoriteiten over het recht op organisatie. De reacties van Lotto, Fila en Kappa kwamen later. Naast die sectoriële benadering via het voorstel van een ‘werkprogramma van Athene naar Bejing’heeft de campagne ook 4 van de 7 geselecteerde bedrijven afzonderlijk ontmoet, namelijk Puma, Asics, Mizuno en Umbro. Die gesprekken waren meestal constructief. Met de Olympische beweging werd weinig vooruitgang geboekt. Hoewel het IOC (Internationaal Olympisch Comité) erkent dat de campagnedoelstellingen in de geest zijn van de Olympische waarden, weigert het IOC de verantwoordelijkheid m.b.t. arbeidsrechten in Olympische sponsoring en licentieprogramma’s op internationaal en nationaal vlak. Verschillende nationale Olympische comités en atleten hebben evenwel de campagne gesteund. En het organisatiecomité van de Winterspelen 2006 in Turijn heeft een intentieverklaring aangenomen over ethische normen bij het organiseren van internationale sportevenementen. Op basis van dit charter wil het Turijn-comité het gesprek aangaan met de campagne. Ondanks de behaalde resultaten resten er nog punten waarover we ontgoocheld zijn. Samenvattend, de Fair Play – campagne heeft arbeidsrechten n.a.v. van de Olympische Spelen in Athene 2004 onder de aandacht gebracht. Na de A-sportmerken (Nike, reebok, adidas) kunnen nu ook de B-merken (Puma, Lotto, Umbro, Asics, Mizuno, Fila, Kappa) hun verantwoordelijkheid niet meer ontkennen. De campagne heeft ook aangetoond dat de arbeidspraktijken van grote en kleine sportmerken dikwijls niet beantwoorden aan wat in hun gedragscodes geschreven staat. Het is noodzakelijk om de arbeidspraktijken en het aankoopbeleid doorheen de hele productieketen te integreren. Een grote stap vooruit is dat er een begin gemaakt werd met een sectoriële aanpak. De weigering van het IOC om zich concreet te engageren, is teleurstellend maar we gaan door met actievoeren. |