|
Kledingproductie in Oost-en Centraal-Europa Het hoog aandeel van assemblageactiviteiten (OPT) in de productie betekent dat de kledingindustrie in Oost- en Centraal) Europa in sterke mate gereduceerd is tot een naaiatelier voor West-Europa. Veel staatsondernemingen die vroeger verticaal geïntegreerd waren, werden verplicht zich toe te spitsen op louter assemblage. Op die manier verliezen ze geleidelijk hun know-how op het gebied van textielproductie, mode-ontwerpen, patroontekenen, design van collecties en marketing. OPT-activiteiten leveren een lage winstmarge op, ze zijn kwetsbaar en uiterst afhankelijk van de inkopers. De inkopers oefenen een intense druk uit op de verkoopsprijzen en eisen hoge flexibiliteit (korte opstarttermijnen, snelle leveringen). Op hun beurt wentelen de ondernemers die prijs- en flexibiliteitsdruk af op hun arbeidsters, in de vorm van niet-leefbare lonen, buitensporig aantal overuren, minimale sociale bescherming, ontmoediging van arbeidsorganisatie en collectief onderhandelen. Veel productie wordt ook uitbesteed aan onderaannemers zoals informele ateliers of thuisarbeidsters, waar de lonen lager zijn, de flexibiliteit nog hoger en waar van arbeidsrechten ongestraft genegeerd of geschonden kunnen worden. Door de sterke concentratie op assemblage — mede bevorderd door de Europa Akkoorden — zijn de landen echter slecht voorbereid op de groeiende globalisering en vrijmaking van de wereldwijde kledinghandel. |