|
Resultaten van vroegere solidariteisoproepen Impactstudie De Internationale Schone Kleren Campagne liet onderzoeken wat het resultaat was van 140 solidariteitsoproepen tussen 1999 en 2003. Resultaten van enkele concrete dossiers vrijspraak Ngadinah - Indonesië
Solidariteitsoproepen: enkele cijfers
Resultaten Het belangrijkste criterium voor het succes van een solidariteitsoproep is de mate waarin de eisen van de werkneemsters ingewilligd werden. Ruwweg kan gezegd worden dat een kwart geheel positief en een ander kwart gedeeltelijk positief afloopt. Er zijn wel nogal wat langdurige conflicten waarvan het resultaat onbekend blijft, ofwel omdat er geen verdere info of updates werden gegeven, of omdat de zaak nog aansleept. Uit de studie kan afgeleid worden welke factoren het directe resultaat van een internationale solidariteitsoproep beïnvloeden. Een tiental factoren kan aangeduid worden: succes hangt vooral af van de organisatiegraad van de arbeidsters van wie de oproep uitgaat, het bestaan van een sterke nationale campagne in het productieland, van een goede werkrelatie tussen enerzijds vakbonden en ngo's in het Zuiden en anderzijds campagneorganisaties in het Noorden, en van betrouwbare, duidelijke en regelmatige communicatie tussen alle betrokkenen. Verder kan de aanwezigheid van een onafhankelijke bemiddelaar de zaak soms vooruithelpen. Ook maakt het een verschil als kledingmerken in het Noorden in meer dan één land onder druk gezet kunnen worden en als het schrijven van protestbrieven ingebed wordt in nog andere campagnetechnieken. Indirecte resultaten Maar naast het directe resultaat (de inwilliging van de eisen van de arbeidsters) is er nog zoveel meer. Aspecten die wel veel minder meetbaar zijn: het cumulatieve effect dat het campagnevoeren kan hebben op het lokale regeringsbeleid inzake arbeidsrechten, de bemoediging die vakbonden en arbeidsters in het Zuiden ondervinden als ze ervaren dat consumenten in het Noorden solidair zijn met hen, bewustmaking en mobilisatie in Noord en Zuid,... In die zin 'doen' solidariteitsoproepen meer dan ze op het eerste gezicht bereiken. Daarom wil de CCC verder gaan met oproepen verspreiden en er nog sterker op focussen. Ze zal proberen haar interne organisatie en communicatiekanalen nog beter af te stemmen op een optimale behandeling ervan. Risico Het lanceren van een oproep houdt voor de betrokken arbeidsters soms risico's in (discriminatie, ontslag, opname in een zwarte lijst,...). De CCC is daarom uiterst voorzichtig en gaat heel goed na of arbeidsters zelf wel bewust zijn van het potentieel gevaar dat ze, afhankelijk van de plaatselijke context, lopen en of de grote meerderheid van hen wel een internationale solidariteitsoproep steunt. In sommige gevallen besluit men dat het beter is achter de schermen te werken en via niet-publieke contacten naar een oplossing van het conflict te zoeken.
Jaqalanka Ltd is een kledingbedrijf in de Katunayake vrijhandelszone in Sri Lanka, dat opgericht werd in 1978. Er werken ongeveer 400 arbeid(st)ers. Het bedrijf produceert o.m. jassen voor Red Kap, een merk van VF Workwear, dat werkkledij verkoopt. VF Workwear is een onderdeel van de grote kledingmultinational VF Corporation met o.m. merken als Lee, Wrangler, JanSport, Eastpak, The North Face enz. Jaqalanka produceert ook ondergoed voor New Time en Nike. Conflict
Toen de arbeid(st)ers begin april 2003 geen eindejaarspremie kregen ter gelegenheid van de Sri Lankaanse nieuwjaarsfeesten, werd een staking georganiseerd. Ongeveer 220 van de 400 arbeid(st)ers besloten om lid te worden van de Free Trade Zone Workers Union, de vakbond die actief is in de vrijhandelszones. Eerst was er een lock-out van de vakbondsleden, maar nadat ze in een brief betreurden dat hun actie ongerief had veroorzaakt, werden ze weer toegelaten. Er werd een premie uitbetaald die slechts 1/4de bedroeg van de vorige. Sinds begin mei heeft de bedrijfsleiding onophoudelijk de vakbondsleden en -verantwoordelijken geïntimideerd en bedreigd. Overeenkomst
Uiteindelijk werd na bemiddeling door de Fair Labor Association en het Centre for Policy Alternatives een overeenkomst bereikt in oktober: Jaqalanka erkent de FTZWU als de representatieve vakbond van haar arbeid(st)ers en belooft op te houden de vakbondsleden te bedreigen en te discrimineren. Beide partijen zullen binnenkort collectieve onderhandelingen beginnen. Na 6 maand zal bekeken worden in hoeverre er vooruitgang is geboekt. De wereldwijde campagne ondersteund door vakbondsorganisaties, ngo's en ook de Schone Kleren Campagne, heeft dus tot een gunstig resultaat geleid. De FTZWU dankt allen die haar internationale campagne hebben gesteund. Het Thaise bedrijf Bed & Bath groeide van 20 werknemers in 1994 naar 900 in 2002 en daarnaast werd productie uitbesteed aan 40 kleine en middelgrote atliers vooral gesitueerd langs de grens met Birma. Een jong koppel is eigenaar van Bed & Bath en samen met de rest van hun familie Phothikamjorn hebben ze een enorme rijkdom verdiend in de Thaise kledingindustrie. Bed & Bath produceerde o.a. voor Nike, Levi Strauss, adidas en Reebok.De arbeidsomstandigheden lieten veel te wensen over: gedwongen overwerk; aan het drinkwater werden amfetamines toegevoegd om hen de lange werkuren tot een stuk in de nacht aan het werk te houden; onwettige afhouding van het loon; geen bijdragen voor sociale zekerheid; niet naleven van de regelingen i.v.m. ziekte-en zwangerschapsverlof... Na heel wat onduidelijkheid en valse beloftes waren de de werknemers compleet verrast toen ze op 21 oktober 2002 voor een gesloten fabriek stonden en enkel een bericht vonden dat een advocaat meer informatie zou vershaffen. De eigenaar was verdwenen. Alles bij elkaar geteld, hadden de werknemers nog € 400 000 tegoed. De drie maanden na de fabriekssluiting voerden de werkneemsters voortdurend actie.Begin januari van dit jaar hebben ze, bijvoorbeeld, voor het ministerie van arbeid hun haar afgeschoren als teken van protest. In de Thaise cultuur is dit zeer betekenisvol want 'je haar is een deel van het leven dat je ouders je gegeven hebben en als je het afknipt, knip je in het leven zelf.' Maanden actie voeren zonder inkomen maakte het leven zwaar van de 350 protesterende werkneemsters. Na verschillende onderhandelingsronden aanvaardden ze een vergoeding van het ministerie van arbeid.Uit berekeningen van de Thai Labour Campaign blijkt dat 30% van de werknemers 80% van de wettelijke vergoeding gekregen hebben ; 50% van de werkneemsters kreeg 30% ; en 20% kreeg 10% van hun vergoeding. Tot op zekere hoogte is dit een overwinning want toen ze hun actie begonnen, geloofde niemand dat ze iets zouden bereiken. De werkneemsters erkennen ook deze ervaring hen veel geleerd heeft over de Thaise arbeidsswetgeving en bureaucratie en hen het belang van hun strijd heeft doen inzien. En het is nog niet afgelopen Enerzijds werd met geld dat het ministerie van arbeid hen leende, een coöperatieve 'Dignity Returns' opgericht. En anderzijds willen ze de eigenaars voor de rechtbank krijgen.
PT Kahatex in Bandung, Indonesië produceert sweaters voor een waaier van Westerse merken, waaronder H&M, Mustang Jeans, Nike, s.Oliver, Tom Tailor, etc…PT Kahatex is een geïntegreerd textiel- en kledingbedrijf, in 1979 opgericht door L. H. Song. Het omvat zowel spinnerijen, weverijen, verf- en behandelingsactiviteiten als kleding- en ander textiel. Lonen
Vertegenwoordigers van de arbeiders vragen aan de directie van Kahatex Sweater om ten minste het lokale wettelijke minimum maandloon van 537.500 roepia (ca. US$ 63,23) uit te betalen. De uitbetaalde lonen liggen daar een heel stuk onder. De directie weigert. De arbeiders schakelen een arbeidsorganisatie (KPS) in om te onderhandelen. Op 6 mei breekt er een algemene staking uit. Lock out
De directie laat de stakende arbeiders de keuze: wie akkoord gaat met het oude loon mag aan het werk, wie dit onwettelijke lage loon niet aanvaardt, wordt het slachtoffer van een lockout. De 537 werknemers die niet akkoord gaan, worden onder druk gezet om vrijwillig ontslag te nemen. Hun wordt een ontslagvergoeding beloofd van slechts 15% van het wettelijk bedrag. Piket
Begin juli wordt samen met sympathisanten een piket gevormd tegen de lockout. De politie en ingehuurde bendeleden komen erop af. Twee arbeiders worden gearresteerd en gevangen ge-zet. Na een tweetal dagen wordt het piket opgebroken uit vrees voor geweld. Aanwervingen Op 10 augustus worden 100 nieuwe personeelsleden aangeworven die niet uit de groep van de 537 komen. Wegens hun nijpende financiële toestand gaan 40 werknemers terug aan het werk. Hun contract is een (permanent) tijdelijk contract en ze moeten hun vrijheid van vereniging opgeven. Tussenkomst kledingketens Op aandringen van actiegroepen komen Nike, H&M en andere inkopende ondernemingen van Kahatex tussen in het conflict. Onder druk belooft Kahatex de 537 werknemers terug aan te werven, maar slechts na het einde van de Ramadan (3 dec) en op voorwaarde dat de merken-bedrijven eerst een lijst van alle werkwillige arbeiders aan Kahatex zouden overhandigen. Eind oktober wordt door H&M een lijst van slechts 93 werkwilligen overhandigd. De anderen zijn bang omdat ze geen vertrouwen meer hebben in de bedrijfsleiding en beducht zijn voor represailles. Financieel zitten veel gezinnen aan de grond en de arbeiders vinden het daarom onaanvaard-baar dat er tot na de Ramadan gewacht moet worden om aan de slag te kunnen. Ook H&M dringt er bij Kahatex op aan de 93 onmiddellijk aan te werven. Dat wordt echter geweigerd. Ook Duitse en Oostenrijkse bedrijven komen tussen onder druk van de Duitse en Oostenrijkse Clean Clothes Campaign. Op een vergadering weigert Kahatex echter garanties te geven voor wederindienstneming. Andere voorwaarden die gesteld worden zijn: nieuwe bestellingen en de beëindiging van de internationale campagne van de Clean Clothes Campaign. Terug in dienst
Het bedrijf heeft nog steeds niemand van de 93 werknemers terug in dienst genomen. De arbeiders kunnen niet langer wachten. Doorbraak Er is een doorbraak in een ernstig arbeidsconflict. Het bedrijf stemde er in februari 2004 mee in om alle uitgesloten werknemers opnieuw in dienst te nemen. Tweehonderd en tien werknemers hebben al gezegd dat ze opnieuw aan het werk willen en volgens het bedrijf kan dit vanaf maart. De directie heeft met de afgevaardigden van de werknemers een akkoord afgesloten dat de Indonesische wetgeving m.b.t. minimumleeftijd, werkuren, gezondheidsvoorzieningen en andere voordelen toegepast zal worden
vrijspraak Ngadinah - Indonesië De PT Panarub fabriek in Tangerang, West-Java Staking In september 2000 organiseerde Ngadinahs vakbond een staking waaraan de meeste van de 8.000 arbeiders van de fabriek deelnamen. De arbeiders eisten dat hun overuren aan de wettelijk bepaalde tarieven uitbetaald zouden worden; dat ze het wettelijk (onbetaald) menstruatieverlof zouden kunnen nemen en hogere vergoedingen. Op 12 september sloten de vakbond en de bedrijfsleiding een akkoord met de belofte vanwege de fabriek dat ze de arbeiders die betrokken waren bij de staking, niet zou ontslaan of intimideren. Arrestatie
Op maandag 23 april 2001 werd Ngadinah gearresteerd en in de gevangenis van Tangerang opgesloten. Ze werd ervan beschuldigd Artikel 160 (anderen aanzetten om de wet te overtreden) en Artikel 335 (onaangenaam gedrag tegenover anderen) van de strafwet te hebben overtreden. Verdediging Op 23 mei werd Ngadinah vrijgelaten uit de gevangenis van Tangerang, maar de beschuldigingen tegen haar werden niet ingetrokken. Advocaten van de Social Information and Legal Guidance Foundation (SISBIKUM), een niet-gouvernementele organisatie met nauwe banden met Ngadinahs vakbond, namen haar verdediging op zich. De uitvoerend secretaris van die organisatie, Arist Merdeka Sirait, vestigde er de aandacht op dat PT Panarub in het verleden al bestuursleden van Ngadinahs vakbond had ontslagen. Hij sprak zijn overtuiging uit dat het bedrijf had samengespannen met de politie om Ngadinah te arresteren om zo de onafhankelijke vakbond in de fabriek te onderdrukken. De Jakarta Post was dezelfde mening toegedaan en meldde op 25 mei dat Ngadinah was gearresteerd "wegens een klacht die ingediend was door een manager van PT Panarub, Slamet Supriyadi… Supriyadi had de politie verteld dat Ngadinah het meesterbrein was achter de vierdaagse massale staking door 8.000 arbeiders in de fabriek van de onderneming te Tangerang van 8 tot 11 september verleden jaar. Hij stelde dat de stakingen die door Ngadinah waren uitgelokt voor de onderneming een verlies van Rp 500 miljoen tot gevolg hadden". Ngadinah zelf verklaarde bij haar vrijlating uit de gevangenis dat in Indonesië "werkgevers en regeringsfunctionarissen samenspannen om wettelijke vakbondsactiviteiten te onderdrukken". Adidas-Salomon heeft niet gereageerd op de beweringen dat z'n leverancier samenspande met de politie om Ngadinah te arresteren. Proces
Gedurende haar proces voerde Ngadinah aan dat de staking een spontane uitbarsting was van frustatie omwille van jaren van lage lonen en gedwongen overwerk. Op een bepaald moment vertelde ze aan de rechter: "In de fabriek heeft elke productielijn van 47 arbeiders een productiecijfer van 620 schoenen per dag… 720 indien we overuren doen. Het reële dagelijkse minimumcijfer is gewoonlijk 700. Indien we ons cijfer niet halen wordt de leiding heel kwaad op ons. Zo kwaad dat ze soms schoenen gooien naar de arbeiders. Daarom staakten de arbeiders, niet omdat ik hun de opdracht gaf." Vrijspraak
Op 30 augustus werd Ngadinah vrijgesproken van de twee beschuldigingen tegen haar. De rechters verklaarden dat de bewijzen geleverd door de aanklager en de getuigenverklaringen onvoldoende bewijskracht hadden. In januari nam Ngadinah deel aan een groepsinterview samen met andere arbeiders van PT Panarub. Ze is er vast van overtuigd dat de steun van internationale mensenrechtenorganisaties de enige reden voor haar vrijspraak. Ware het niet van die steun, dan zat ze nu in de gevangenis, gelooft ze. Overplaatsing Toen ze na haar proces terugkeerde naar de fabriek, werd ze overgeplaatst naar de personeelsafdeling. Ze heeft daarvoor echter niet de nodige opleiding gehad en ze heeft herhaaldelijk gevraagd om terug te mogen keren naar de productieafdeling. De fabriek heeft die aanvragen steeds geweigerd en erop gewezen dat ze nodig is waar ze is. Ngadinah is er vast van overtuigd dat ze op die afdeling is geplaatst om haar van de andere arbeiders af te zonderen en te voorkomen dat ze hen ertoe zou aanzetten mee te werken aan vakbondsactiviteiten. De leider van de Perbupas vakbond in Panarub werkt in één van de opslagplaatsen – nog een afdeling waar hij weinig contact heeft met de andere arbeiders. Hij heeft ook meermaals gevraagd op de productieafdeling te mogen werken, maar dat is hem herhaaldelijk geweigerd. Tijdelijk werk
Panarub stelt veel arbeiders met een tijdelijk contract tewerk. Dat maakt het voor deze arbeiders zeer moeilijk om actieve vakbondsleden te worden. Arbeiders die deelnamen aan de groepsinterviews in januari 2002 schatten dat zowat 40% van de 8.000 arbeiders op Panarub een contract hebben van 6 maand. In augustus 2000, toen de contracten van 600 arbeiders afliepen, werd de grote meerderheid opnieuw aangenomen, maar aan alle arbeiders die lid waren geworden van Perbupas, werd gezegd dat ze niet langer van dienst konden zijn. Sindsdien hebben militanten van Perbupas ervan afgezien om tijdelijken te rekruteren uit vrees dat ze daardoor hun job zouden kunnen verliezen. Adidas zou Panarub ervan moeten overtuigen om te stoppen met het tewerkstellen van tijdelijken en om zijn personeel de stabiliteit van een vaste job te bieden. Dat Triumph zich in januari 2002 terugtrok uit Birma was belangrijk nieuws na de acties in verschillende landen. Kort voordien ontrolden nog zo'n 50 actievoerders 1.5 km bh's in de tuin van het hoofdkwartier van Triumph in België. Met Oxfam Wereldwinkels op kop, overhandigden vertegenwoordigers van de Schone Kleren Campagne en Campagne Vêtements Propres, en van de internationale vakbondskoepel IVVV aan directeur Van Baarle een bustehouder in prikkeldraad, het symbool van de campagne om Triumph te overtuigen zich terug te trekken uit Birma. |