Resultaten van vroegere solidariteisoproepen

Impactstudie

De Internationale Schone Kleren Campagne liet onderzoeken wat het resultaat was van 140 solidariteitsoproepen tussen 1999 en 2003.
Meer over deze impactstudie

Resultaten van enkele concrete dossiers

Jaqalanka - Sri Lanka

Bed&Bath - Thailand

Kahatex - Indonesië

vrijspraak Ngadinah - Indonesië

Triumph - Birma

 

Solidariteitsoproepen: enkele cijfers


Uit een interne studie van de oproepen tussen 1999 en 2003 blijkt dat de Europese Clean Clothes Campaign in die periode ca. 140 oproepen behandelde, ongeveer 25 à 30 per jaar. Die oproepen kwamen uit 28 landen en uit 172 verschillende fabrieken. Gemiddeld zijn ca. 1000 arbeidsters bij een oproep betrokken. De meeste oproepen komen uit Azië, vooral uit Indonesië, Thailand, Bangladesh, de Filippijnen, Sri Lanka en Cambodja. Meestal (meer dan 100) hebben de oproepen betrekking op schendingen van de basisarbeidsrechten, zoals geformuleerd in de Verklaring over de Fundamentele Principes en Rechten op het Werk van de IAO. Vooral de vrijheid van vereniging (recht om een vrije vakbond op te richten) en het recht op organisatie en collectief onderhandelen worden geschonden. Het gaat dan om discriminatie, pesterijen of geweld tegen vakbondsleden of -leiders, ontslag en verbod van vakbondsactiviteiten. Andere schendingen (44) betreffen slechte arbeidspraktijken, zoals het niet uitbetalen van lonen of premies, niet uitbetalen van het minimumloon, gedwongen overwerken of het niet toekennen van wettelijke voordelen. In derde orde (8) komen de problemen met veiligheid en gezondheid op het werk. In 8 gevallen waren er dodelijke slachtoffers. Er zijn ook enkele oproepen n.a.v. gevallen waarin multinationals, eerder dan tussen te komen, bij een sociaal conflict de plaat poetsten.

Resultaten

Het belangrijkste criterium voor het succes van een solidariteitsoproep is de mate waarin de eisen van de werkneemsters ingewilligd werden. Ruwweg kan gezegd worden dat een kwart geheel positief en een ander kwart gedeeltelijk positief afloopt. Er zijn wel nogal wat langdurige conflicten waarvan het resultaat onbekend blijft, ofwel omdat er geen verdere info of updates werden gegeven, of omdat de zaak nog aansleept.

Uit de studie kan afgeleid worden welke factoren het directe resultaat van een internationale solidariteitsoproep beïnvloeden. Een tiental factoren kan aangeduid worden: succes hangt vooral af van de organisatiegraad van de arbeidsters van wie de oproep uitgaat, het bestaan van een sterke nationale campagne in het productieland, van een goede werkrelatie tussen enerzijds vakbonden en ngo's in het Zuiden en anderzijds campagneorganisaties in het Noorden, en van betrouwbare, duidelijke en regelmatige communicatie tussen alle betrokkenen. Verder kan de aanwezigheid van een onafhankelijke bemiddelaar de zaak soms vooruithelpen. Ook maakt het een verschil als kledingmerken in het Noorden in meer dan één land onder druk gezet kunnen worden en als het schrijven van protestbrieven ingebed wordt in nog andere campagnetechnieken.

Indirecte resultaten

Maar naast het directe resultaat (de inwilliging van de eisen van de arbeidsters) is er nog zoveel meer. Aspecten die wel veel minder meetbaar zijn: het cumulatieve effect dat het campagnevoeren kan hebben op het lokale regeringsbeleid inzake arbeidsrechten, de bemoediging die vakbonden en arbeidsters in het Zuiden ondervinden als ze ervaren dat consumenten in het Noorden solidair zijn met hen, bewustmaking en mobilisatie in Noord en Zuid,...

In die zin 'doen' solidariteitsoproepen meer dan ze op het eerste gezicht bereiken. Daarom wil de CCC verder gaan met oproepen verspreiden en er nog sterker op focussen. Ze zal proberen haar interne organisatie en communicatiekanalen nog beter af te stemmen op een optimale behandeling ervan.

Risico

Het lanceren van een oproep houdt voor de betrokken arbeidsters soms risico's in (discriminatie, ontslag, opname in een zwarte lijst,...). De CCC is daarom uiterst voorzichtig en gaat heel goed na of arbeidsters zelf wel bewust zijn van het potentieel gevaar dat ze, afhankelijk van de plaatselijke context, lopen en of de grote meerderheid van hen wel een internationale solidariteitsoproep steunt. In sommige gevallen besluit men dat het beter is achter de schermen te werken en via niet-publieke contacten naar een oplossing van het conflict te zoeken.

 

Jaqalanka - Sri Lanka

Jaqalanka Ltd is een kledingbedrijf in de Katunayake vrijhandelszone in Sri Lanka, dat opgericht werd in 1978. Er werken ongeveer 400 arbeid(st)ers. Het bedrijf produceert o.m. jassen voor Red Kap, een merk van VF Workwear, dat werkkledij verkoopt. VF Workwear is een onderdeel van de grote kledingmultinational VF Corporation met o.m. merken als Lee, Wrangler, JanSport, Eastpak, The North Face enz. Jaqalanka produceert ook ondergoed voor New Time en Nike.

Conflict

Toen de arbeid(st)ers begin april 2003 geen eindejaarspremie kregen ter gelegenheid van de Sri Lankaanse nieuwjaarsfeesten, werd een staking georganiseerd. Ongeveer 220 van de 400 arbeid(st)ers besloten om lid te worden van de Free Trade Zone Workers Union, de vakbond die actief is in de vrijhandelszones. Eerst was er een lock-out van de vakbondsleden, maar nadat ze in een brief betreurden dat hun actie ongerief had veroorzaakt, werden ze weer toegelaten. Er werd een premie uitbetaald die slechts 1/4de bedroeg van de vorige. Sinds begin mei heeft de bedrijfsleiding onophoudelijk de vakbondsleden en -verantwoordelijken geïntimideerd en bedreigd.
De vakbond wilde een referendum houden om officieel erkend te worden. Opdat dit referendum eerlijk zou kunnen verlopen, eiste de vakbond dat: de intimidatie zou ophouden, het zou gehouden kunnen worden in een neutraal lokaal, georganiseerd zou worden door ambtenaren van het lokale Ministerie van Arbeid, zonder dat diegenen die beschuldigd werden van intimidatie aanwezig zouden zijn, en dat internationale en nationale monitors toezicht zouden kunnen houden. Op enkele voorwaarden werd ingegaan maar de intimidatie duurde voort. De directeur sprak alle afdelingen toe met de vraag niet voor de vakbond te stemmen. Het gerucht werd verspreid dat n.a.v. het bezoek van controleurs van Nike, de fabriek door de schuld van de vakbond bestellingen kwijt was geraakt…Tijdens het referendum kwamen 17 (4%) van de 399 arbeid(st)ers hun stem uitbrengen. Alle stemmen (uitgez. één ongeldige) waren stemmen voor de vakbond. Het was duidelijk dat de meeste arbeid(st)ers gezwicht waren voor de zware intimidatie. Sindsdien is het conflict geëscaleerd. Er werd geweld gebruikt en er werden zelfs doodsbedreigingen geuit. Bijvoorbeeld, één van de vrouwen die haar stem uitgebracht had, werd op weg naar huis door onbekende mannen bedreigd: “als je nog naar de vakbond gaat, vermoorden we je en gooien we je in het meer”. Gelukkig zagen 7 jongens het incident en kwamen tussen. Toen klacht werd neergelegd in het politiebureau, reageerden de agenten geïrriteerd en ondervroegen ze de arbeidster over haar betrokkenheid bij de vakbond. Ze beweerden dat de vorige klacht en die van haar verzinsels waren…

Overeenkomst

Uiteindelijk werd na bemiddeling door de Fair Labor Association en het Centre for Policy Alternatives een overeenkomst bereikt in oktober: Jaqalanka erkent de FTZWU als de representatieve vakbond van haar arbeid(st)ers en belooft op te houden de vakbondsleden te bedreigen en te discrimineren. Beide partijen zullen binnenkort collectieve onderhandelingen beginnen. Na 6 maand zal bekeken worden in hoeverre er vooruitgang is geboekt. De wereldwijde campagne ondersteund door vakbondsorganisaties, ngo's en ook de Schone Kleren Campagne, heeft dus tot een gunstig resultaat geleid. De FTZWU dankt allen die haar internationale campagne hebben gesteund.

Bed and Bath - Thailand

Het Thaise bedrijf Bed & Bath groeide van 20 werknemers in 1994 naar 900 in 2002 en daarnaast werd productie uitbesteed aan 40 kleine en middelgrote atliers vooral gesitueerd langs de grens met Birma. Een jong koppel is eigenaar van Bed & Bath en samen met de rest van hun familie Phothikamjorn hebben ze een enorme rijkdom verdiend in de Thaise kledingindustrie. Bed & Bath produceerde o.a. voor Nike, Levi Strauss, adidas en Reebok.De arbeidsomstandigheden lieten veel te wensen over: gedwongen overwerk; aan het drinkwater werden amfetamines toegevoegd om hen de lange werkuren tot een stuk in de nacht aan het werk te houden; onwettige afhouding van het loon; geen bijdragen voor sociale zekerheid; niet naleven van de regelingen i.v.m. ziekte-en zwangerschapsverlof... Na heel wat onduidelijkheid en valse beloftes waren de de werknemers compleet verrast toen ze op 21 oktober 2002 voor een gesloten fabriek stonden en enkel een bericht vonden dat een advocaat meer informatie zou vershaffen. De eigenaar was verdwenen. Alles bij elkaar geteld, hadden de werknemers nog € 400 000 tegoed. De drie maanden na de fabriekssluiting voerden de werkneemsters voortdurend actie.Begin januari van dit jaar hebben ze, bijvoorbeeld, voor het ministerie van arbeid hun haar afgeschoren als teken van protest. In de Thaise cultuur is dit zeer betekenisvol want 'je haar is een deel van het leven dat je ouders je gegeven hebben en als je het afknipt, knip je in het leven zelf.' Maanden actie voeren zonder inkomen maakte het leven zwaar van de 350 protesterende werkneemsters. Na verschillende onderhandelingsronden aanvaardden ze een vergoeding van het ministerie van arbeid.Uit berekeningen van de Thai Labour Campaign blijkt dat 30% van de werknemers 80% van de wettelijke vergoeding gekregen hebben ; 50% van de werkneemsters kreeg 30% ; en 20% kreeg 10% van hun vergoeding. Tot op zekere hoogte is dit een overwinning want toen ze hun actie begonnen, geloofde niemand dat ze iets zouden bereiken. De werkneemsters erkennen ook deze ervaring hen veel geleerd heeft over de Thaise arbeidsswetgeving en bureaucratie en hen het belang van hun strijd heeft doen inzien. En het is nog niet afgelopen Enerzijds werd met geld dat het ministerie van arbeid hen leende, een coöperatieve 'Dignity Returns' opgericht. En anderzijds willen ze de eigenaars voor de rechtbank krijgen.

 

 

Kahatex - Indonesië

PT Kahatex in Bandung, Indonesië produceert sweaters voor een waaier van Westerse merken, waaronder H&M, Mustang Jeans, Nike, s.Oliver, Tom Tailor, etc…PT Kahatex is een geïntegreerd textiel- en kledingbedrijf, in 1979 opgericht door L. H. Song. Het omvat zowel spinnerijen, weverijen, verf- en behandelingsactiviteiten als kleding- en ander textiel.
Hoewel de dictatuur van Suharto al enkele jaren achter de rug is, worden de arbeidsrechten van de Indonesische arbeid(st)ers nog op grote schaal geschonden. De arbeidswetgeving wordt niet toegepast en vakbonden worden geïntimideerd en bedreigd met knokploegen. Politie en veilig-heidsdiensten staan aan de kant van de werkgevers. Lockout is een veelgebruikt middel om werknemers die alleen maar voor hun elementaire rechten opkomen, op de knieën te krijgen.
Een overzicht van het maandenlange conflict:

Lonen

Vertegenwoordigers van de arbeiders vragen aan de directie van Kahatex Sweater om ten minste het lokale wettelijke minimum maandloon van 537.500 roepia (ca. US$ 63,23) uit te betalen. De uitbetaalde lonen liggen daar een heel stuk onder. De directie weigert. De arbeiders schakelen een arbeidsorganisatie (KPS) in om te onderhandelen. Op 6 mei breekt er een algemene staking uit.
Op 9 mei wordt een overeenkomst bereikt tussen Kahatex, KPS en een vertegenwoordiger van het Ministerie van Arbeid. De werkgever gaat ermee akkoord om het stukloon voor sommige kledingstukken te verhogen, het wettelijke minimumloon en premies voor overwerk uit te betalen, de wettelijke ziekteverzekering aan te bieden en de wettelijke verlofregelingen te volgen. Maar eind mei zijn de lonen nog niet aangepast.

Lock out

De directie laat de stakende arbeiders de keuze: wie akkoord gaat met het oude loon mag aan het werk, wie dit onwettelijke lage loon niet aanvaardt, wordt het slachtoffer van een lockout. De 537 werknemers die niet akkoord gaan, worden onder druk gezet om vrijwillig ontslag te nemen. Hun wordt een ontslagvergoeding beloofd van slechts 15% van het wettelijk bedrag.
Het lokale parlement van Bandung tracht te verzoenen en beveelt Kahatex aan om de uitgesloten werknemers terug in dienst te nemen.

Piket

Begin juli wordt samen met sympathisanten een piket gevormd tegen de lockout. De politie en ingehuurde bendeleden komen erop af. Twee arbeiders worden gearresteerd en gevangen ge-zet. Na een tweetal dagen wordt het piket opgebroken uit vrees voor geweld.
Werknemers die ontslag hebben genomen, hebben nog altijd geen volledige ontslagvergoeding gekregen.
De directie belooft dat de werknemers terug aan het werk kunnen onder onaanvaardbare voor-waarden: zonder uitbetaling van achterstallig loon, de ontslagvergoeding moet worden terugbe-taald, ze verliezen hun anciënniteit en men moet werken aan het oude maandloon.

Aanwervingen

Op 10 augustus worden 100 nieuwe personeelsleden aangeworven die niet uit de groep van de 537 komen. Wegens hun nijpende financiële toestand gaan 40 werknemers terug aan het werk. Hun contract is een (permanent) tijdelijk contract en ze moeten hun vrijheid van vereniging opgeven.

Tussenkomst kledingketens

Op aandringen van actiegroepen komen Nike, H&M en andere inkopende ondernemingen van Kahatex tussen in het conflict. Onder druk belooft Kahatex de 537 werknemers terug aan te werven, maar slechts na het einde van de Ramadan (3 dec) en op voorwaarde dat de merken-bedrijven eerst een lijst van alle werkwillige arbeiders aan Kahatex zouden overhandigen. Eind oktober wordt door H&M een lijst van slechts 93 werkwilligen overhandigd. De anderen zijn bang omdat ze geen vertrouwen meer hebben in de bedrijfsleiding en beducht zijn voor represailles. Financieel zitten veel gezinnen aan de grond en de arbeiders vinden het daarom onaanvaard-baar dat er tot na de Ramadan gewacht moet worden om aan de slag te kunnen. Ook H&M dringt er bij Kahatex op aan de 93 onmiddellijk aan te werven. Dat wordt echter geweigerd. Ook Duitse en Oostenrijkse bedrijven komen tussen onder druk van de Duitse en Oostenrijkse Clean Clothes Campaign. Op een vergadering weigert Kahatex echter garanties te geven voor wederindienstneming. Andere voorwaarden die gesteld worden zijn: nieuwe bestellingen en de beëindiging van de internationale campagne van de Clean Clothes Campaign.

Terug in dienst

Het bedrijf heeft nog steeds niemand van de 93 werknemers terug in dienst genomen. De arbeiders kunnen niet langer wachten.

Doorbraak

Er is een doorbraak in een ernstig arbeidsconflict. Het bedrijf stemde er in februari 2004 mee in om alle uitgesloten werknemers opnieuw in dienst te nemen. Tweehonderd en tien werknemers hebben al gezegd dat ze opnieuw aan het werk willen en volgens het bedrijf kan dit vanaf maart. De directie heeft met de afgevaardigden van de werknemers een akkoord afgesloten dat de Indonesische wetgeving m.b.t. minimumleeftijd, werkuren, gezondheidsvoorzieningen en andere voordelen toegepast zal worden

 

vrijspraak Ngadinah - Indonesië

De PT Panarub fabriek in Tangerang, West-Java


In 2001 vestigde de zaak van Ngadinah Abu Mawardi internationale aandacht op de moeilijkheden waarmee Indonesische arbeiders geconfronteerd worden wanneer ze hun vakbondsrechten opeisen. De 29-jarige Ngadinah was de secretaris van de Footwear Workers' Association (PERBUPAS), de kleinste van de twee vakbonden in PT Panarub, een fabriek in Tangerang, West-Java, die produceert voor Adidas. In de fabriek is er ook een afdeling van de SPTSK.

Staking

In september 2000 organiseerde Ngadinahs vakbond een staking waaraan de meeste van de 8.000 arbeiders van de fabriek deelnamen. De arbeiders eisten dat hun overuren aan de wettelijk bepaalde tarieven uitbetaald zouden worden; dat ze het wettelijk (onbetaald) menstruatieverlof zouden kunnen nemen en hogere vergoedingen. Op 12 september sloten de vakbond en de bedrijfsleiding een akkoord met de belofte vanwege de fabriek dat ze de arbeiders die betrokken waren bij de staking, niet zou ontslaan of intimideren.

Arrestatie

Op maandag 23 april 2001 werd Ngadinah gearresteerd en in de gevangenis van Tangerang opgesloten. Ze werd ervan beschuldigd Artikel 160 (anderen aanzetten om de wet te overtreden) en Artikel 335 (onaangenaam gedrag tegenover anderen) van de strafwet te hebben overtreden.
Ngadinahs opsluiting in afwachting van haar proces en de vaagheid van de aanklacht tegen haar waren aanleiding tot bezorgdheid onder de internationale mensenrechtenorganisaties. De zaak kwam uitvoerig in de media, zowel in Indonesië als in het buitenland, en een aantal internationale organisaties moedigden hun leden aan om protestbrieven te sturen naar Adidas, PT Panarub en de Indonesische regering.

Verdediging

Op 23 mei werd Ngadinah vrijgelaten uit de gevangenis van Tangerang, maar de beschuldigingen tegen haar werden niet ingetrokken. Advocaten van de Social Information and Legal Guidance Foundation (SISBIKUM), een niet-gouvernementele organisatie met nauwe banden met Ngadinahs vakbond, namen haar verdediging op zich. De uitvoerend secretaris van die organisatie, Arist Merdeka Sirait, vestigde er de aandacht op dat PT Panarub in het verleden al bestuursleden van Ngadinahs vakbond had ontslagen. Hij sprak zijn overtuiging uit dat het bedrijf had samengespannen met de politie om Ngadinah te arresteren om zo de onafhankelijke vakbond in de fabriek te onderdrukken. De Jakarta Post was dezelfde mening toegedaan en meldde op 25 mei dat Ngadinah was gearresteerd "wegens een klacht die ingediend was door een manager van PT Panarub, Slamet Supriyadi… Supriyadi had de politie verteld dat Ngadinah het meesterbrein was achter de vierdaagse massale staking door 8.000 arbeiders in de fabriek van de onderneming te Tangerang van 8 tot 11 september verleden jaar. Hij stelde dat de stakingen die door Ngadinah waren uitgelokt voor de onderneming een verlies van Rp 500 miljoen tot gevolg hadden". Ngadinah zelf verklaarde bij haar vrijlating uit de gevangenis dat in Indonesië "werkgevers en regeringsfunctionarissen samenspannen om wettelijke vakbondsactiviteiten te onderdrukken". Adidas-Salomon heeft niet gereageerd op de beweringen dat z'n leverancier samenspande met de politie om Ngadinah te arresteren.

Proces

Gedurende haar proces voerde Ngadinah aan dat de staking een spontane uitbarsting was van frustatie omwille van jaren van lage lonen en gedwongen overwerk. Op een bepaald moment vertelde ze aan de rechter: "In de fabriek heeft elke productielijn van 47 arbeiders een productiecijfer van 620 schoenen per dag… 720 indien we overuren doen. Het reële dagelijkse minimumcijfer is gewoonlijk 700. Indien we ons cijfer niet halen wordt de leiding heel kwaad op ons. Zo kwaad dat ze soms schoenen gooien naar de arbeiders. Daarom staakten de arbeiders, niet omdat ik hun de opdracht gaf."
Naarmate het proces vorderde, uitte SISBIKUM zijn bezorgdheid over het feit dat het niet eerlijk verliep. Ngadinahs verdediger rapporteerde dat de getuigen van de verdediging zeer lang en herhaaldelijk werden ondervraagd door de rechter, dat experts die als getuige wilden optreden voor de verdediging, niet werden aanvaard, en dat er 8 getuigen van de aanklager werden aanvaard tegenover 2 van de verdediging. Tenslotte nam de advocaat ontslag als haar verdediger omwille van de manier waarop het proces verliep. Ngadinah verdedigde vervolgens zichzelf. De zaak kreeg veel aandacht van de media, zowel in Indonesië als in het buitenland.

Vrijspraak

Op 30 augustus werd Ngadinah vrijgesproken van de twee beschuldigingen tegen haar. De rechters verklaarden dat de bewijzen geleverd door de aanklager en de getuigenverklaringen onvoldoende bewijskracht hadden. In januari nam Ngadinah deel aan een groepsinterview samen met andere arbeiders van PT Panarub. Ze is er vast van overtuigd dat de steun van internationale mensenrechtenorganisaties de enige reden voor haar vrijspraak. Ware het niet van die steun, dan zat ze nu in de gevangenis, gelooft ze.
Vóór Ngadinahs arrestatie was het gebruikelijk dat leden van haar vakbond door de opzichters werden uitgepikt en brutaler werden behandeld dan de anderen. Ze kregen ook onderhoudstaken, zoals het poetsen van de fabrieksvloer. Sinds haar proces heeft dit soort van discriminatie opgehouden. Ngadinah en andere arbeiders van Panarub zijn ervan overtuigd dat dit eerder het gevolg is van de nieuwe belangstelling vanwege de internationale gemeenschap voor de omstandigheden in de fabriek, dan van een verandering van inzicht vanwege de fabrieksleiding. De fabriek discrimineert nog steeds tussen Perbupas en SPTSK in de mate dat SPTSK over een kantoor kan beschikken in de fabriek en Perbupas niet.

Overplaatsing

Toen ze na haar proces terugkeerde naar de fabriek, werd ze overgeplaatst naar de personeelsafdeling. Ze heeft daarvoor echter niet de nodige opleiding gehad en ze heeft herhaaldelijk gevraagd om terug te mogen keren naar de productieafdeling. De fabriek heeft die aanvragen steeds geweigerd en erop gewezen dat ze nodig is waar ze is. Ngadinah is er vast van overtuigd dat ze op die afdeling is geplaatst om haar van de andere arbeiders af te zonderen en te voorkomen dat ze hen ertoe zou aanzetten mee te werken aan vakbondsactiviteiten. De leider van de Perbupas vakbond in Panarub werkt in één van de opslagplaatsen – nog een afdeling waar hij weinig contact heeft met de andere arbeiders. Hij heeft ook meermaals gevraagd op de productieafdeling te mogen werken, maar dat is hem herhaaldelijk geweigerd.

Tijdelijk werk

Panarub stelt veel arbeiders met een tijdelijk contract tewerk. Dat maakt het voor deze arbeiders zeer moeilijk om actieve vakbondsleden te worden. Arbeiders die deelnamen aan de groepsinterviews in januari 2002 schatten dat zowat 40% van de 8.000 arbeiders op Panarub een contract hebben van 6 maand. In augustus 2000, toen de contracten van 600 arbeiders afliepen, werd de grote meerderheid opnieuw aangenomen, maar aan alle arbeiders die lid waren geworden van Perbupas, werd gezegd dat ze niet langer van dienst konden zijn. Sindsdien hebben militanten van Perbupas ervan afgezien om tijdelijken te rekruteren uit vrees dat ze daardoor hun job zouden kunnen verliezen. Adidas zou Panarub ervan moeten overtuigen om te stoppen met het tewerkstellen van tijdelijken en om zijn personeel de stabiliteit van een vaste job te bieden.

Triumph - Birma

Dat Triumph zich in januari 2002 terugtrok uit Birma was belangrijk nieuws na de acties in verschillende landen. Kort voordien ontrolden nog zo'n 50 actievoerders 1.5 km bh's in de tuin van het hoofdkwartier van Triumph in België. Met Oxfam Wereldwinkels op kop, overhandigden vertegenwoordigers van de Schone Kleren Campagne en Campagne Vêtements Propres, en van de internationale vakbondskoepel IVVV aan directeur Van Baarle een bustehouder in prikkeldraad, het symbool van de campagne om Triumph te overtuigen zich terug te trekken uit Birma.
We zijn nog steeds ten zeerste bezorgd over het lot van de arbeidsters in de Triumph-vestiging in Rangoon. De Schone Kleren Campagne hanteert namelijk het principe dat producten - ook al zijn ze geproduceerd onder onrechtvaardige arbeidsomstandigheden - nooit geboycot worden. We zijn van oordeel dat een boycot alleen maar het lot van de arbeidsters in het Zuiden zou verergeren. In het geval van Triumph heeft de Europese Schone Kleren Campagne, na lange afweging van de verschillende argumenten, het bedrijf wel onder druk gezet om zich uit Birma terug te trekken. De Schone Kleren Campagne vond dat dit geval uitzonderlijk was en dat dus afgeweken moest worden van het algemene principe.
Birma is een land waar de meest elementaire mensen- en arbeidsrechten op zodanig grove wijze worden geschonden dat vermeden moet worden de militaire dictatuur op enige wijze te steunen of op enige manier geloofwaardigheid te geven.
Met de vraag om dit repressief regime onder druk te zetten door het te isoleren stond en staat de Schone Kleren Campagne niet alleen. Zowel de wettelijk verkozen maar politiek onderdrukte regering en de verbannen vakbondsfederatie uit Birma, als internationale organisaties zoals de Internationale Arbeidsorganisatie, de Europese Gemeenschap, de UNO en de Belgische regering hebben opgeroepen om de relaties met het land te herzien.
De Schone Kleren Campagne heeft er bij Triumph op aangedrongen een sociaal plan voor de getroffen werkneemsters uit te werken. Wij betreuren het ten zeerste dat in de gegeven omstandigheden weinig meer voor hen kan gebeuren. We hopen dat de beslissing van Triumph omwille van de schending van de mensenrechten uit Birma terug te trekken, het regime aan het denken zal zetten en uiteindelijk ten goede zal komen aan de hele Birmaanse bevolking en zo het begin van een overwinning van de mensenrechten wordt…