Cambodja: maanden na staking nog steeds 318 ontslagen werknemers

Er zijn nog steeds meer dan 100 Cambodjaanse arbeid(st)ers ontslagen omdat ze meegestaakt hebben voor een leefbaar loon. Ze wachten nu al maanden op hun wederindienstneming, hoewel de rechtbank en de regering van oordeel zijn dat ze terug aan het werk mogen. Verschillende merken (GAP, Zara, H&M) hebben wel al inspanningen gedaan en er werd met een aantal fabrieken al een akkoord bereikt. We doen toch nog een ultieme oproep tot GAP, Zara en H&M, die aankopen bij veel van de betrokken fabrieken, opdat ze zouden eisen dat alle ontslagen werknemers direct terug in dienst worden genomen, met een compensatievergoeding voor de al verloren werktijd
Meer info over de staking
Stuur een brief naar GAP, Zara en H&M
Korte vertaling in het Nederlands:
Ik schrijf u m.b.t. de 318 Cambodjaanse arbeiders die nog steeds wachten op hun wederin-dienstneming na hun ontslag voor hun deelname aan de staking. Tegen een aantal vakbonds-leiders zijn nog altijd gerechtelijke klachten aanhangig, ondanks het feit dat de regering tegen de ontslagen is en dat een bevelschrift eist dat de aanklachten worden ingetrokken. Ik weet dat uw bedrijf uw leveranciers heeft gecontacteerd om uw bezorgdheid uit te drukken, maar die stap is duidelijk onvoldoende om meer gerechtigheid voor de arbeiders te bekomen. Uw be-drijf is een belangrijke aankoper in deze Cambodjaanse fabrieken. Uw gedragscode verplicht u om voor alle arbeiders in uw leveringsketen het recht op organisatie te ondersteunen. Ik vraag u met aandrang een grotere inspanning te leveren om te garanderen dat de arbeiders onmiddellijk en onvoorwaardelijk terug aangenomen worden, met een uitbetaling van achter-stallig loon; dat de klachten en rechtsprocedures worden ingetrokken; dat uw leveranciers het recht op vakbondsvrijheid respecteren en onmiddellijk hun antivakbondsactiviteiten stopzet-ten, zoals pogingen om vakbondsleiders te intimideren en om te kopen; dat de werkgevers onmiddellijk te goeder trouw beginnen te onderhandelen over voorstellen voor een leefbaar loon en andere voordelen; en dat de eigenaars en inkopers van UA alle klachten tegen Sous Chantha intrekken en hem weer in dienst nemen.
Ik kijk uit naar een spoedige oplossing voor deze problemen en naar het bericht dat uw bedrijf een rol heeft kunnen spelen in het doen respecteren van de vrijheid van vereniging in Cam-bodja.
Knip de Engelstalige brieven die je hieronder vindt in een email en verstuur ze naar de toegevoegde emailadressen. Voeg onderaan je naam toe.
GAP
Deanna Robinson
Deanna_Robinson@gap.com
H&M
Maritha Lorentzon
maritha.lorentzon@hm.com
Inditex
Felix Poza
felixpp@inditex.com
Dear (Sir, Madam)
I am writing in regard to the 318 Cambodian workers who are still waiting for rein-statement almost two months after they were dismissed following the national strike for decent wages in September. A number of trade union leaders are still facing legal charges resulting from their participation in this strike. This is despite the government of Cambodia issuing a statement opposing the dismissals and a warrant urging these cases to be dropped.
I understand that your company has contacted your suppliers to express your concern, but these steps have clearly not been enough to bring justice for these workers. Your company is a significant buyer from Cambodia in general and these factories in particular. Your code of conduct commits you to upholding the rights of all workers in your supply chain to freedom of association.
I therefore urge you to take stronger action to ensure:
- these workers are reinstated immediately and unconditionally, with back pay calculated on their average monthly incomes
- complaints and court cases against these workers are withdrawn
- your suppliers respect trade union rights to freedom of association and imme-diately halt their union undermining activities such as the attempts to intimi-date and to bribe trade union leaders
- employers immediately enter into good faith negotiation on the workers’ proposals for a living wage and other benefits
Referring to the the case of Sous Chanted, falsely accused trade union leader of United Apparel, we urge Gap to take steps to ensure his immediate release and reinstatement
I look forward to hearing that this issue is resolved at the earliest opportunity and that your company has played a role in ensuring that freedom of association is respected and supported in Cambodia,
Sincerely,
ACHTERGRONDINFORMATIE
Staking van kledingwerknemers voor leefbaar loon
Van 13 tot 16 september 2010 staakten 200.000 kledingarbeiders in Cambodja voor een minimumloon van 93 US$ per maand. Een dag na de staking, op 14 september 2010 werden 817 vakbondsleiders en –leden ontslagen en werden door de werkgevers klach-ten tegen hen ingediend bij de rechtbank.
Op 6 januari 2011 hadden 13 kledingfabrieken onder druk van de vakbonden, arbeidsor-ganisaties en het Ministerie van Arbeid 499 werknemers en vakbondsleiders van de oor-spronkelijke 817 terug in dienst genomen. Maar de meesten onder hen kregen geen ach-terstallig loon, noch werden de klachten tegen hen ingetrokken. Op dat moment bleven 318 arbeiders en vakbondsleiders helemaal zonder werk.
In januari lanceerde de Schone Kleren Campagne in het kader van een internationale campagne een oproep om Gap, Inditex en H&M, kledingmerken die bij veel van de Cam-bodjaanse fabrieken aankopen, aan te sporen om hun verantwoordelijkheid te nemen en hun leveranciers aan te sporen om de grove schending van het recht op organisatie en op collectieve onderhandelingen ongedaan te maken en de ontslagen arbeiders terug in dienst te nemen.
Begin april blijkt dat de druk vanwege de internationale vakbonden, de Schone Kleren Campagne en andere arbeidsorganisaties enig effect heeft gehad. Toch zijn, meer dan een half jaar na hun ontslag, nog altijd 141 personen niet terug in dienst genomen. Ver-heugend is wel dat de vraag van de consumenten aan de kledingmerken om tussen te komen tot succes kan leiden: onder druk van H&M en Inditex werd tussen hun leveran-cier Goldfame en de internationale kledingvakbond een akkoord gesloten om 112 ar-beid(st)ers terug in dienst te nemen. (Twee van hen werden sindsdien opnieuw ontslagen omdat ze voedsel gestolen zouden hebben. Na onderzoek beschouwt CCAWDU die zaak echter als een geval van discriminatie tegen vakbondsleden).
In de zaak van vakbondsleider Sous Chanta, die na een complot werd opgepakt (er wer-den drugs op z’n motorfiets gevonden), is er na al deze maanden geen vooruitgang. Hij blijft in de cel onder aanhoudingsmandaat. Het onderzoek blijft duren en de zaak is nog niet gestart.
Wat het mimimumloon betreft is er een zekere vooruitgang. Na 5 onderhandelingsrondes werd op 7 maart tussen werkgevers en vakbonden een akkoord gesloten om een aantal premies (aanwezigheid, anciënniteit) te verhogen. Daardoor stijgt het huidige minimum-loon van 61 US$ voor de kledingarbeiders met gemiddeld 10 $. Dat bedrag is wel nog veel lager dan de 93 $, waarvoor de vakbonden zo lang gestreden hebben, en dat geacht wordt een absoluut minimum leefbaar loon te zijn.
Wettelijk minimumloon
Het Cambodjaanse Ministerie van Arbeid heeft een adviescomité voor de bepaling van nationale minimumlonen (LAC, Labour Advice Committee). Het is een tripartiet lichaam bestaande uit 14 afgevaardigden van de regering, 7 van de werkgevers en 7 van de vakbonden. Cambodja heeft een minimumloon voor de kledingsector, maar een procedure om het regelmatig te herzien en eventueel te verhogen, bestaat er niet. Meestal komt het comité samen onder druk van de vakbonden.
Begin februari 2010 was er een eerste vergadering. De vakbonden eisten een serieuze verhoging van het huidige minimumloon, dat, inclusief de voedselpremie en afhankelijk van het soort contract resp. 51 US$ en 56 US$ bedraagt. Door de jaren heen is dat minimumloon door de almaar vlugger oplopende inflatie danig uitgehold. Op basis van enkele studies van economen en onderzoeksinstituten eisten ze een minimumloon van 93 US$. Die studies (o.a. Cambodjan Institute for Development and Study) wezen uit dat het huidige minimumloon totaal onvoldoende is om in de dagdagelijkse basisbehoeftes van de arbeiders en hun gezinnen te voldoen. Een andere studie gaf aan dat 72-75 US$ het uiterste minimum is. Op die vergadering in februari hadden de afgevaardigden van de werkgevers nog geen tegenvoorstel.
Op een vergadering van het LAC op 8 juli stelde de regering voor om het minimumloon op met slechts 5 US$ tot resp. 56 en 61 US$ te verhogen.
Op die vergadering stemden de vakbonden echter verdeeld: twee afgevaardigden stemden tegen, maar vijf afgevaardigden van regerings- en werkgeversgezinde vakbonden stemden voor. Daarop bepaalde de regering het minimumloon op 56 en 61 US$. De verhoging met slechts 5 US$ werd op geen enkele wijze geargumenteerd of gemotiveerd. De twee vakbondsfederaties CLC (Cambodian Labour Confederation) en CNC (Cambodian National Labour Confederation) hebben eind juli een campagne voor de verhoging van het minimumloon in de kledingsector gelanceerd.
Argumenten
De actie voor een hoger minimumloon voor de kledingarbeidsters steunt op volgende argumenten:
- Nieuwe minimumloon druist in tegen Art. 104 van de Arbeidswet dat stelt het minimumloon eerlijk en menswaardig moet zijn;
- Volgens studies moet een minimumloon ten minste US$ 93 hoog zijn;
- Het akkoord om het algemeen minimumloon voor 4 jaar vast te leggen (tot 2014) druist in tegen Art. 107 van de Arbeidswet, dat stelt dat het minimumloon geregeld herzien moet worden in functie van de economische omstandigheden en levensduurte.
Verder wordt ook steun gezocht bij internationale partners, NGO’s en wordt gepoogd om de aankopende Westerse kledingmerken bij het proces te betrekken en hun te vragen om druk uit te oefenen op hun Cambodjaanse kledingproducenten.
|